Prijswinnaars Verhalenwedstrijd

Verhaal van:
Niels Vranken,
13 jaar
Doezeldiamant
Ons verhaal begint op een zonnige dag. Alle Doezels leven in harmonie met elkaar samen. Ze spelen in het park, ravotten in de jungle... Maar daar kon de wijze Doezel niet over mee spreken. Hij was al oud en hij was heel ziek. Hij had de Doezelziekte! Dat is een ziekte waarbij je dood gaat van ouderdom. Maar dat wouden de Doezels niet. De wijze Doezel vertelde over de Doezeldiamant die een soort hanger was en die heel ver in de jungle in een tempel ligt. Als hij die zou om doen, zou hij genezen. Dus stelde de vijf nieuwe Doezels voor hem te gaan zoeken. Ze zouden hindernissen tegen komen maar dat kon hun niets schelen... Als de wijze Doezel maar beter wordt! Dus enkele dagen later gingen ze vertrekken. Sommigde Doezels huilden, bang dat ze het niet zouden overleven. Maar ze waren met vijf en hadden allerlei vaardigheden. De Doezelhond kon heel hard bijten. De Doezelaap was heel sterk en kon alles optillen. Het Doezelskelet kon iedereen wegjagen omdat de vijanden bang van hem hadden. De Doezelmuis was kleiner en dunner dan de andere Doezels en kon dus bijna overal aangeraken en tussen kruipen. Tenslotte had je ook de Doezelvleermuis. Die kon heel goed vliegen. Dus ze gingen op pad en al heel snel kwamen ze hun eerste hindernis tegen. Op hun pad stond een heel groot rotsblok. Ze dachten na... Wat zouden ze kunnen doen? De Doezelaap had een geweldig idee! Hij zette alles op alles en tilde de grote rotsblok op. De andere Doezels konden er dus zonder problemen onder. De Doezelaap zette het rotsblok terug op de grond en gingen verder. Even later vroeg de Doezelhond aan de Doezelvleermuis of hij is wou overvliegen om te kijken wat de volgende hindernis bijvoorbeeld zou kunnen zijn. De Doezelvleermuis steeg dus op. De Doezelvleermuis zag iets in de verte. Een hoop kleine mannetjes tussen de struiken. De Doezelvleermuis kon goed zien dus hij zag dat ze maskers aan hadden. De Doezelvleermis vloog terug en meldde het aan de Doezelhond. De Doezelhond schrok even. Hij wist wat de mannetjes zouden doen. Ze zouden hun gevangen nemen! Wat moesten ze doen? De Doezelvleermuis dacht na en vond al snel een oplossing! Het Doezelskelet! Hij kon de mannetjes wegjagen! Dus zo gezegd zo gedaan. Na een tijdje stappen zagen ze de mannetjes uit de struiken springen. Het Doezelskelet sprong naar voren en liet heel zijn skelet bibberen. En hij trok een boos gezicht. De kleine mannetjes met de maskers op schrokken en liepen weg. De andere Doezels moesten heel hard lachen. En gingen verder. Maar na een tijdje stappen werd het al snel donker en moesten ze ergens overnachten... Ze weken van het pad af en gingen in de jungle. Ze moesten een plekje zien te vinden dicht bij het pad. En inderdaad dat vonden ze. Het was een open plek en ze zouden veel takken moeten hebben voor een kampvuur. Want ze zouden barbecuen . Dus stelde de vleermuis voor takken te gaan zoeken. Na een hele tijd kwam de vleermuis terug met een hele bos takken. Die legden ze allemaal mooi en netjes op een hoopje. Nu zouden ze nog vuur moeten hebben. De Doezelaap had enkele stenen onderweg gevonden maar wat zouden ze daarmee kunnen aanvangen? De Doezelaap smeet de stenen dus maar weg en ze ketsten tegen elkaar. Er kwamen vonken uit! Toen had de Doezelaap een idee. Hij nam de stenen en ketste die zo hard tegen elkaar dat er en hoop vonken uit kwamen. De vonken kwamen op het hout te recht en zo kregen ze een vuurtje. Nu konden ze barbecuen. De Doezelhond nam de lekker knapperige worstjes en brochetten uit zijn rugzak. Zo konden ze lekker barbecuen. Toen hun buikje lekker vol zat besloten ze te gaan slapen. Ze moesten het vuur alleen nog uit doen. De Doezelvleermuis vloog nog is over en zag een beekje. Hij ging er naar toe en slurpte zoveel mogelijk water op. Hij keerde terug en deed het vuur met water uit. Nu konden ze eindelijk slapen! De volgende dag vroeg in de morgen stonden ze op en gingen weer op pad. Dit keer moesten ze heel erg lang stappen. Enkele uren later arriveerden ze aan een ravijn. Aan de overkant lag een brug. De Doezelvleermuis had metteen een idee... Hij zou tot aan de overkant vliegen en terugkeren met de brug. En inderdaad. Dat lukte. De rest van de Doezels stapte op de brug tot aan de overkant. Toen ze aan de overkant waren konden ze hun ogen niet geloven! De Tempel! De Doezels waren dolblij! Maar ze konden zo maar niet binnen... Ze stonden voor een grote poort met een touw aan de twee deuren. Hoe moesten ze binnen geraken? De Doezelhond had een idee! Hij zette zijn tanden in de touwen en beet die stuk. Ze duwden met man en macht tegen de deur maar die ging nog niet open... De Doezelaap keek door het sleutelgat en zag een sleutel liggen. Hij vertelde het de anderen. Aan de onderkant van de deur was er een gat waar alleen Doezelmuizen door konden. Dus de Doezelmuis probeerde het. En ja hoor! Het lukte. Hij naam de sleutel kroop terug door het gat. Hij gaf de sleutel aan de Doezelaap en die opende de deur. De deur opende! En inderdaad, toen ze de Tempel binnenstapte zagen ze in het midden de... Doezeldiamant! Ze zagen ook dat de Doezeldiamant een soort hanger was dat je om je nek moest doen. Precies wat de wijze Doezel voorspelde! Dus namen ze de hanger mee en gingen in alle haast terug naar Doezelland! En gelukkig arriveerde ze op tijd in Doezelland. Ze gingen vlug naar de wijze Doezel en deden de hanger om zijn nek. De wijze Doezel deed zijn ogen open en zette zich recht. De wijze Doezel was genezen! En ter ere van de vijf nieuwe dappere Doezels gaven ze een groot feest en ze leefden nog lang en gelukkig!
Copyright 2011, Kinderlines Uitgeverij, alle rechten voorbehouden.