Onverwacht bezoek
Ze suisden hoog door de lucht. Jasmine voelde de wind langs haar wangen strijken, ze had een kleur van opwinding; alleen haar neusje was rood van de kou. Ze zat lekker warm tussen Willems veren, precies in de kromming van zijn nek en kon, zo zittende, links en rechts vrijuit om zich heen kijken. Terwijl Karel met een wakend oog naast hen vloog.
Na een poosje wees Karel voor zich in de diepte.
Ze naderden het Brede Zandpad en aan het eind daarvan zag hij Nel en Erwin, met een aantal vriendinnen, nog driftig spinnen aan het grote net.
Jasmine volgde zijn blik en gebaarde gejaagd dat ze omlaag wilde. Karel knikte en gaf Willem een seintje, waarop ze vaart minderden en langzaam daalden in glijvlucht.
‘Hello-o! Hello-o!' riep Jasmine zodra ze op gehoorsafstand kwamen.
‘Nè-el! Er-win!
We Zijn Op Weg Naarr Bà-as!' schreeuwde ze.
Nel keek verbaasd op, zag hen, en riep:
‘Wat Leuk Voor Bààààs!! Wat Een Verràààssiing!!'
Maar schrok tegelijkertijd hevig en riep er angstig achteraan:
‘O, Jeee!!! Kijk Als-je-blíieft Uíit!!!'
Even later landden Karel en Willem trots - met hoge borst - op een stevige tak recht boven Nel. Jasmine sprong van willems rug
en liep een beetje stijf (van de spanning en het zitten in ongewone houding waarschijnlijk) naar Nel, die wit zag van schrik.
‘Kind hoe kun je dit nu dóen!' riep Nel ontsteld. ‘Dit is le-vènsgevaarlijk! Het zijn beste jongens, hoor, daar niet van; maar je moet nóóit met hen meegaan! Als ze tijdens de vlucht naar achteren pikken ben je er ge-wéést!'
‘Hee, hee! Hoo, hoo!' riep Willem verontwaardigd. ‘Dat gebeurt zeer beslist
doch heel zeker niet! Om Jasmine goed en probleemloos te kunnen vervoeren hebben we eerst flink wat gegeten. Zó-veel dat we haast dùbbel zagen! Jasmine heeft ons getrakteerd op heerlijk vers brood en Oosters zaad...'
‘Ja, een mix,' vulde Karel aan. ‘Zulk zaad hadden we nog nooit gegeten. Zááálig!!...'
‘Het is een beetje lastig met zo'n volle maag in de lucht,' vervolgde Willem. ‘Maar wanneer onze kleine
ongevleugelde vrienden een beroep op ons doen en ons vragen hen naar het doel van een van hun verre tochten te brengen, nemen wij dat ongemak - uit voorzorg - vanzelfsprekend voor lief,' sprak Willem breedvoerig.
‘O, zit dat zo,' zei Nel verbluft.
‘Nou, dan durven wij misschien ook wel mee - Erwin en ik dan,' sprak ze aarzelend. ‘Bas moet weten dat we heus nog wel vrienden zijn.'
‘Dat is sweet!' riep Jasmine
terwijl ze weer tussen Willems veren kroop. ‘Dat heeft die jongen nódig! Hij is só unhàppy!'
Karel greep hun besluit, hoewel het aarzelend was geuit, meteen aan en ging onmiddellijk achterover staan. Spreidde zijn staart, hield die uitnodigend omlaag en beval:
‘Hop op! En ga mee!'
Maar ze sprongen geen van twee.
‘Come on! Het kan geen kwaad, zijn buik zit barr-stens-vol met zaad!' grapte Jasmine.
‘Oké!'
riep Erwin plotseling moedig, maar met geknepen stem, en sprong vlug op Karels rug.
Nel aarzelde nu geen seconde meer en sprong snel achter hem aan. Samen renden ze naar voren en nestelden zich toen in het warme kuiltje, vooraan, tussen de kop van de krachtige vleugels, dicht tegen elkaar aan.
De zon kwam op. Het werd warmer.
Bas lag nu wat behaaglijker in het zachte mos. Hij sliep en ademde rustig.
Hij droomde.
Hij hoorde de vertrouwde geluiden van het bos, en stemmen... Vèr in de verte.
Nou, nou, wat maakten ze zich druk! Het gaf niet. Ze roepen er maar op los, dacht ie. Hij lag wollig warm in het mos.
Het waren geen onbekende stemmen.
‘Bà-as! Hallo-o!'
Hoorde hij - nu iets minder vaag.
Nou, ze deden maar! dacht ie lodderig. Het was alleen maar zijn naam.
Maar het roepen hield aan.
‘Bà-as! Hal-lo-o!'
Droomde hij nou...? Was dit echt weer de stem van Nel uit de verte?
‘Hoe-hoe! Bà-as!'
Hield de nachtmerrie dan nooit op!?
‘Hal-lo-óóó!'
Ja, hoor, Bas hoorde het nu duidelijk. Opende zijn ogen een beetje en keek onwillig door een spleetje.
Karel was in aantocht...
Niet te geloven! Hij had Nel èn Erwin bij zich!
Ze zaten opgewonden te roepen en te zwaaien.
‘Kijk eens wie we hier hebben!?' schreeuwden ze,
terwijl ze uitnodigend naast zich wezen.
Bas had nu zijn ogen wágenwijd open.
Naast hen vloog Willem mèt... Hij kon het níet geloven. Jasmine! Zijn hart bonsde en sloeg een slag over!
Ze zwaaide en wierp tíentallen kuspootjes.
Ze kwamen al dichter- en dichterbij.
Bas kreeg een brok in zijn keel. Hoe had hij zich nou zó zielig kunnen voelen, zo ellendig en verlaten, met zùlke vrienden! De tranen sprongen in zijn ogen.
Wazig zag hij hoe Karel en Willem bij hem neer streken en hoe energiek Jasmine van Willems rug afsprong. Wat durfde ze toch veel!
Even later voelde hij hoe duizend lieve pootjes teder om zijn schouders werden geslagen en hoe een warm lief lijfje zich zacht tegen hem aandrukte.
Hij zag zijn vrienden naderbij komen. Ze klapten in hun vleugels en in hun poten en lachten.
Ja..., tóen liet hij zijn tranen maar vrij stromen.
-o-o-o- |