Jantje loopt samen met zijn vader door het park. Hij kijkt naar de eendjes en vraagt aan zijn vader: papa, waarom zwemmen eendjes? Waarom kunnen ze niet naar de wolken vliegen? En waarom leven ze niet op de noordpool? Zijn vader antwoordt: Dat weet ik niet Jantje. Even later komen ze bij een bankje en gaan daarop zitten. Papa? Waarom gaat de zon nooit op, waarom bestaat zand en waarom zijn er mensen? Weer antwoordt zijn vader: Dat weet ik niet Jantje. Papa? Vraagt Jantje. Vindt je het vervelend dat ik zoveel vraag? Nee hoor. Antwoordt zijn vader. Als je niks vraagt leer je ook niks. |



Twee ezels breken in. Na afloop willen ze de boel in de fik steken.
"Dokter,ik denk dat ik een bril nodig heb!", zegt een meneer, waarop de ander antwoordt: "Dat denk ik ook, meneer. U staat namelijk in een snackbar!" Er zitten twee oenen in de trein.
Een vrouw eet appelpitten in het park. Een man vraagt haar waarom ze dat doet.
Er komt een man een café binnen. Hij bestelt een biertje en zegt: "Geef die man met dat hoedje op er ook maar eentje."
Een man in een café heeft een biertje besteld. Hij moet even naar het toilet en wil niet dat iemand ondertussen van zijn biertje drinkt, dus hij legt er een viltje op met de tekst: "Ik heb in dit biertje gespuugd."
Een man komt op het spreekuur van zijn huisarts. Hij klaagt: "Ik vergeet alles direct."
|
Terwijl Jantje in de klas zit, vraagt de meester op eens: "Is er iemand die
|