ZIEKTES EN GEBREKEN

Ziektes en Gebreken

Hooi Paardenfans,
Dit is een site over (bijna) alle ziektes en gebreken van paarden.
Groetjes + ~xXx~ Sandra en Saidjah.
www.kinderlines.nl/homepages/selevia.html
www.kinderlines.nl/homepages/saidjah.html
www.kinderlines.nl/homepages/stemopseleviapaardjes.html
www.kinderlines.nl/homepages/namen_voor_paarden.html
www.kinderlines.nl/homepages/welkpaardpastbijjou.html
www.kinderlines.nl/homepages/leukepaardenlinks.html
www.kinderlines.nl/homepages/versierjepony.html


Inhoud:
Symptomen van een gezond en van een ziek paard
Huid en vacht
Benen
Maag en darmen
Ademhalingsorganen




Een gezond paard


Een gezond paard heeft een heldere oogopslag, interesse in de omgeving en gedraagt zich alert. Het dekhaar glanst en ligt vlak, en de huid is zacht en soepel. De ademhaling is rustig en regelmatig. Verder zijn de neusgaten licht roze gekleurd, het slijmvlies van de ogen rozerood, de eetlust goed en de mest regelmatig. De mestballen moeten vast zijn maar niet hard, de urine geelgekleurd en niet sterk ruikend. De normale lichaamstemperatuur is 38 ºC en de normale hartslag ligt in rust tussen de 36 en 40 slagen per minuut.


Een ziek paard


Een lusteloze houding, een hangend hoofd, een doffe oogopslag, een doffe huid, rechtopstaand en warrig haar, bleke neusgaten, losse of erg vaste mest en donker gekleurde, sterk ruikende urine kunnen erop wijzen dat er iets niet in orde is met de gezondheid van het paard. Ditzelfde geldt ook voor sterk zweten, een verhoogde temperatuur en een ongelijkmatig verdeelde lichaamswarmte, waarbij met name de oren en de onderuiteinden van de benen heel koud of juist heel warm aanvoelen.


Verder kunnen ook een droge hoest, een gebrek aan eetlust en onzekere, slingerende of pijnlijke gangen en bewegingen op een gezondheidsprobleem wijzen, evenals het herhaaldelijk gaan staan en liggen van het paard. Het paard kan dan last hebben van koliek. Dit zijn hevige pijnkrampen in de onderbuik. Tijdens de poetsbeurt kan het paard onderzocht worden op verwondingen, op parasieten (zoals teken) of op huidproblemen.



Huid en vacht

Wonden
Kleine wonden of schaafplekken kan de eigenaar zelf behandelen met een mild ontsmettingsmiddel of met zout water, waarna de wond met een antiseptisch, dat wil zeggen een ontsteking voorkomend, poeder wordt bestoven. Een diepe wond moet door een dierenarts worden gehecht. Spuit een ontsmettingsmiddel nooit in een open wond. Dit doodt niet alleen de bacteriën maar ook de weefselcellen. Ook het afspoelen met water is uit den boze omdat dit de weefselcellen kapot kan maken. Bij een sterk bloedende wond kan in afwachting van de dierenarts de wond het beste met een natte doek worden afgedekt. Deze moet dan zo strak mogelijk om de wond worden gebonden.

Tetanus
Bij een diepe wond bestaat de kans op besmetting met tetanus. De symptomen van tetanus zijn een naar voren gestoken hoofd, uitgezette neusvleugels, gespreid staande voor- en achterbenen en een opgerichte staart. Ook is het mogelijk dat het paard zich bij een besmetting met tetanus niet meer kan bewegen en de mond niet meer kan openkrijgen omdat de kaken verkrampt zijn. De mond zit dan "klem". Zo wordt deze ziekte ook wel genoemd. Alleen een snelle, speciale behandeling biedt kans op genezing. Voorkomen kan door het paard geregeld tegen tetanus in te enten. Bij een grote wond is echter altijd een extra injectie noodzakelijk.

Huidaandoeningen
Vooral als er sprake is van onhygiënische omstandigheden kunnen bij paarden gemakkelijk huidziekten en huidirritaties ontstaan. In de zomer komen kwalen voor die door vliegen en horzels veroorzaakt worden. `s Winters kunnen luizen en schurftmijten voor ongemak zorgen.

Beenschurft
Beenschurft bezorgt een paard hevige jeuk. Het paard stampt nijdig met zijn voeten en bijt naar de geïrriteerde plek. Soms is de jeuk zo erg dat het paard zich verwondt of dikke benen krijgt doordat hij tegen palen en schotten gaat slaan. Op schurftige plekken zijn korstjes te zien en valt het haar uit. Beenschurft wordt veroorzaakt door de schurftmijt, die verder onschadelijk is. Met wassingen en smeersels van de dierenarts is beenschurft simpel te bestrijden.

Drukkingen
Drukkingen zijn onderhuidse kneuzingen. Meestal worden deze veroorzaakt doordat het paard slecht opgezadeld wordt. Als het paard nog in de groei is, is het belangrijk het zadel jaarlijks aan te passen. Ook de vorming van klitten of bobbels in de vulling van het zadel of het schuren van het tuig kan tot drukkingen leiden. De oorzaak van drukkingen is een verhoogde druk op één bepaalde plek, waardoor de bloedsomloop wordt belemmerd. Eerst leidt dit tot een schilferachtige huidirritatie. Als daar niets aan gedaan wordt, ontstaat er een open plek die gaat ontsteken en zweren. De behandeling hiervan vereist een volledige rust van het paard, zodat de plekken de gelegenheid krijgen te herstellen. Het aanbrengen van koud water op de drukkingen versnelt het genezingsproces. Een antibacteriële zalf van de dierenarts bestrijdt de kwaal.

Lichtgevoeligheid (zonnebrand)
Soms zijn de ongepigmenteerde delen van de huid gevoelig voor de inwerking van zonlicht. Haaruitval, verbranding van de huid en blaarvorming zijn de symptomen hiervan. In ernstige gevallen sterft de huid af en wordt het met grote stukken tegelijk afgestoten. Dit kan voorkomen worden door levertraanzalf op de betreffende huid aan te brengen. Paarden die erg lichtgevoelig zijn, moeten bij veel zon op stal staan.

Luis
In de wintermaanden - met name in februari - heeft een weidepaard met een lange, dichte vacht kans om luizen te krijgen. Ook stalpaarden lopen risico om luizen en schurftmijten te krijgen. Als het paard veel aan het schuren en likken is, kan dit op luizen wijzen. Luis kan worden vastgesteld door in het kruis vlakbij de staartwortel en in de manenkam te zoeken. Aan het onderste gedeelte van het paardenhaar kunnen ook de neten, de witgele luizeneieren, vastgekleefd zitten. Voor het bestrijden hiervan kan de dierenarts een middel voorschrijven waarmee het paard enkele keren wordt behandeld.

Mok
Allerlei huidaandoeningen in de kootholte van het paardenbeen worden aangeduid met de naam "mok". Zij kunnen zich uitbreiden tot de koot, de kogel en het onderste deel van de pijp. Mok kan veroorzaakt worden door wonden, bacteriën, overgevoeligheid voor bepaalde stoffen (zoals klaver), de inwerking van vocht (in een modderig weiland) of een slechte verzorging van de onderbenen. Bij natte mok is met name de witte huid aan het onderbeen aangetast. Hierbij zwelt de huid op en komt er een stinkend vocht vrij dat indroogt en een korst vormt. Droge mok begint met schilfertjes die lastige, pijnlijke kloofjes achterlaten. De behandeling loopt uiteen en wordt bepaald door de dierenarts. Een snelle behandeling is noodzakelijk om te voorkomen dat de kwaal zich uitbreidt. In sommige gevallen kan mok tot bloedvergiftiging leiden. In dat geval zwelt het gehele been op, soms tot aan de lies. Het goed droog houden van de benen en het insmeren van de voor mok gevoelige plekken met vaseline kunnen deze aandoening voorkomen.

Ringworm of ringschurft
Ringworm of ringschurft is een uiterst besmettelijke schimmelinfectie. Deze wordt veroorzaakt door lichamelijk contact met een besmet paard, maar kan ook door een paard worden overgedragen dat drager is van de ringworm, zonder dat de uiterlijke symptomen daarvan zichtbaar zijn. Verder kan een paard besmet worden via een besmette box of een besmet voorwerp. Als een paard ringworm heeft, is dat als eerste te zien aan de haren die in kleine ronde plekjes rechtop gaan staan. Vervolgens begint het haar uit te vallen. De infectie breidt zich in cirkels uit. Een besmet paard moet apart van andere paarden worden gehouden en moet behandeld worden met een niet-irriterend antischimmelpreparaat. Hierbij moeten ook het zadel en de overige uitrusting behandeld worden. De besmetting kan ook op mensen overgaan.
Ringworm lijkt veel op treptotrichosis. Deze door een bacterie veroorzaakte aandoening gaat gepaard met plukjes haar die aan elkaar kleven door een witgrijze afscheiding. Als deze haren uitgetrokken worden, ontstaan er ronde of ovale bloederige plekken, die pijn doen als ze aangeraakt worden. Deze plekken komen het meest op de rug voor.

Staart- en manenjeuk (zomereczeem)
Deze aandoening zorgt voor veel jeuk rond de staart en de manen en veroorzaakt een rode huid. Het paard schuurt zijn huid dan soms tot bloedens toe. De aandoening komt alleen aan het eind van het voorjaar, in de zomer en het begin van de herfst voor. De oorzaak ervan is niet duidelijk; mogelijk is de aandoening het gevolg van een allergie of van steken van kleine vliegjes in de manen en bij de staart. Het bestrijden van de jeuk en het schoonhouden van de staart en de manen biedt soelaas. De dierenarts kan hiertegen een middel voorschrijven.
Met name Shetlanders, IJslanders en Fjorden zijn hier gevoelig voor. Soms is het beter het paard `s avonds en in de vroege ochtend niet in de wei te laten staan, want in de schemering zijn de vliegjes het meest actief. In kustgebieden komt dit eczeem niet voor.

Horzels
Kleine gele stipjes op de benen of de rug van het paard zijn de eieren van de horzel. Dit insect legt zijn eieren in de vacht van het paard en deze komen ook in de vacht uit. De larven dringen door de huid het lichaam binnen en groeien daar verder. Dit leidt tot horzelbulten, harde onderhuidse zwellingen. Als de maden nog niet verwijderd zijn, mag er niet op de bulten gedrukt worden. Het verwijderen van de maden gaat gemakkelijker als er warme kompressen aangebracht worden, waardoor de bult zacht wordt en de larven door een gaatje naar buiten kunnen. De larven moeten, zodra ze naar buiten komen, worden gedood. Als ze verwijderd zijn, moet de plek worden gedesinfecteerd.

Galbulten (branderigheid)
Galbulten bestaan uit bulten met verschillende vormen. Ze worden waarschijnlijk veroorzaakt door een teveel aan proteïne in de voeding. Ze kunnen behandeld worden door het paard zemelenpap, vermengd met twee eetlepels Engels zout, te voeren.

Wratten
Wratten veroorzaken bij paarden soms veel last. Als de hoeveelheid wratten nog beperkt is, kunnen ze met de huidige middelen goed behandeld worden (op voorschrift van de dierenarts). Bij hardnekkige wratten is soms een operatie nodig. Zwilwratten zijn geen wratten, maar onschuldige, eeltachtige verdikkingen.


Benen

Hoefbevangenheid
Bij hoefbevangenheid is er sprake van een ontsteking van de hoeflederhuid. Het gaat hierbij vaak om de voorhoeven. Er kunnen voor deze aandoening verschillende oorzaken zijn: overbelasting, allergie, onevenwichtige voeding (vooral te veel gras en te weinig beweging) of te lang stilstaan. Soms is hoefbevangenheid het gevolg van een baarmoederontsteking of een nageboorte die te lang in het lichaam is achtergebleven. Deze kwaal veroorzaakt veel pijn. Het paard kromt de rug, strekt het hoofd en de hals naar voren en probeert de voorbenen te ontlasten door de achterbenen meer onder het lichaam te brengen. Snel ingrijpen van een dierenarts is van groot belang om het chronisch worden van dit probleem te voorkomen. In dat geval laat de lederhuid los van het hoorn en kantelt het hoefbeen achterover. Ook kan het hoefbeen beschadigd raken en zelfs voor een deel afsterven. Als het zover gekomen is, is het paard alleen nog maar geschikt voor licht werk.

Hoefkatrolontsteking
Hoefkatrolontsteking is een vorm van chronische kreupelheid aan de voorbenen, waarbij normaal gesproken beide benen zijn aangetast. Het is een gevreesde aandoening die moeilijk of helemaal niet behandeld kan worden. De hoefkatrol bestaat uit het straalbeen, de pees van de hoefbeenbuiger en de slijmbeurs. De pees van de hoefbeenbuiger loopt over het straalbeen. Het heen en weer glijden van de pees wordt mogelijk gemaakt door het gladde kraakbeen op het straalbeen. Om de beweging nog makkelijker te maken, is er de slijmbeurs. In eerste instantie treedt de kreupelheid geleidelijk op en is dan voorbijgaand. Vaak lijkt het erop dat maar dat maar één been is aangetast, maar bij onderzoek blijkt dat ook het andere been pijnlijk is.
Bij hoefkatrolontsteking is de bloedtoevoer in het gebied van het straalbeen verstoord. De aanvoer van voedingsstoffen en de afvoer van afvalstoffen is vertraagd, waardoor het weefsel gaat degenereren. Dit proces is pijnlijk, waardoor het paard kreupel gaat lopen. De verschijnselen verergeren bij belasting in de vorm van werk of te lange tenen. In de loop van de ontsteking slijt het gewrichtskraakbeen. De pees kan daardoor beschadigen. Er kunnen beenwoekeringen aan de randen van het straalbeen ontstaan. De bewegingen van het paard worden korter. Het dier probeert het gewicht op de voorkant van de voeten te krijgen. Het vaststellen van hoefkatrolontsteking is niet eenvoudig. Naast kreupelheidsonderzoek doet men meestal röntgenologisch onderzoek. Er wordt dan een foto gemaakt van het straalbeen en omgeving. Het interpreteren van de röntgenfoto is niet eenvoudig, omdat er grote verschillen in de vormen van de straalbeentjes bestaan. Als er veranderingen zijn opgetreden aan het straalbeen wordt het heel moeilijk hoefkatrolontsteking te behandelen. Dus hoe eerder de diagnose wordt gesteld, des te beter het is. De behandeling heeft meestal tot doel de pijn te verminderen, waardoor het paard nog geschikt is voor gebruik, waarschijnlijk op een laag niveau. Deze behandeling heeft uiteraard geen genezende werking. Ook kan geprobeerd worden de bloedtoevoer te herstellen door bloedverdunnende middelen of door een medicijn dat de bloedvaten wijder maakt.

Nageltred
Bij nageltred is er een wond in de zool of de straal van de hoef. De wond kan bijvoorbeeld ontstaan zijn door een spijker of een steentje. Nageltred komt het meest voor aan de achterhoeven. Vooral verwondingen vlak achter de punt van de straal vormen een groot risico op blijvende kreupelheid. Het betreffende voorwerp moet zo snel mogelijk en heel voorzichtig weggehaald worden, zodat het niet breekt. Als de wond bloedt, moet vermeden worden dat vuil in de wond binnendringt. Het beste is dat de hoefsmid de hoef vervolgens zo snel mogelijk behandelt door het hoorn weg te snijden en de wond te desinfecteren. Bewaar het voorwerp zodat de hoefsmid kan bepalen hoe diep de wond is. Een tetanusinjectie is ook noodzakelijk.

Rotstraal
Rotstraal komt neer op een degeneratie (een achteruitgang van het weefsel en de functie) van de straal. Hierbij vormt zich een grijs, stinkend vocht doordat de hoef in feite wegrot. Het betreffende hoorn wordt zwart en heel zacht. Oorzaken hiervan kunnen een slechte hoefverzorging, een vervuilde stal, een slecht hoefbeslag of een slechte bekapping (het besnijden van de hoeven) zijn. Voor genezing is een grondige schoonmaak van de straal nodig en moet het loszittende en rottende hoorn weggesneden worden. Dit vereist de deskundigheid van een dierenarts of een hoefsmid. Hierna moet de hoef met Egyptische zalf worden ingesmeerd. Het goed schoon- en drooghouden van de stal voorkomt rotstraal. Zeker bij een vatbaar paard is het belangrijk dat de hoeven dagelijks schoongekrabd en gereinigd worden. Ook moet het overtollige hoorn regelmatig door een hoefsmid weggehaald worden. Daarnaast is veel beweging goed voor de doorbloeding in de hoef.


Maag en darmen

Diarree
Bij een overvloedige, waterige ontlasting is er sprake van diarree. De oorzaken hiervan kunnen een eenzijdige voeding, een plotselinge overgang op nieuw voedsel, en angst en spanning zijn. Bij lichte diarree kan rust helpen, maar bij aanhoudende diarree is een bezoek van de dierenarts gewenst.

Koliek
Koliek is een verzamelnaam voor allerlei vormen van ernstige buikpijn. Paarden zijn hier erg gevoelig voor. Een paard is dan onrustig, gaat liggen, kreunt, zweet en heeft een opgezwollen buik. Het dier kan dan ook niet mesten. Koliek is een acute spijsverteringsstoornis. De drie vormen van koliek die het meest voorkomen zijn:
1. Koliek als gevolg van ophoping van gas in de darmen. Het uitzetten van de darmen leidt tot buikpijn. Deze vorm van koliek komt het meest voor.
2. Koliek als gevolg van verstopping. Deze verstopping is doorgaans het gevolg van een harde hoeveelheid voedsel of mest die de voedseldoorstroming in de darmen tegenhoudt. Een speciale vorm hiervan, de zandkoliek, ontstaat bij het binnenkrijgen van te veel zand. Meestal is deze vorm van koliek het gevolg van te weinig beweging en/of het eten van graswortels in een kaal weiland.
3. Koliek als gevolg van een kronkel of een slag in de darm. Dat de darm zichzelf afsnoert, is alleen te verhelpen met een operatie. Helaas loopt zo`n operatie lang niet altijd goed af.
Koliek wordt meestal veroorzaakt door een slechte verzorging of door het eten van slecht voedsel. Een paard met koliek kijkt voortdurend achterom naar zijn buik. Bij een heftige aanval schraapt het met de voorbenen over de vloer en rolt het door de box. Het loopt hierbij kans op beschadigingen, maar dit lijkt het dier minder te deren dan de buikpijn. Waarschuw direct de dierenarts, zet het paard in een ruime stal met een zachte bodem of wandel rustig met het paard rond en doe het een deken over. Voorkom dat het paard nog iets eet.

Maag- en darmparasieten
Wormen zijn de meest voorkomende maag- en darmparasieten. Hierbij gaat het om kleine en grote maagdarmwormen, spoelwormen, aarsmaden en veulenwormen. Traagheid en een lusteloos gedrag kan wijzen op een besmetting met wormen alsmede op een slechte conditie. Een besmetting met parasieten vindt gemakkelijk plaats als het paard aan het grazen is: via de mest van reeds besmette dieren. Om besmetting te voorkomen, is het goed de mestballen dagelijks op te ruimen. Ook is het aan te bevelen het paard minstens tweemaal per jaar een wormenkuur toe te dienen, bij een paard dat al lang in dezelfde wei staat zelfs om de zes weken.
Bovendien kunnen paarden last hebben van de paardenvlieg, die eitjes op de voorbenen legt. Als deze eitjes uitkomen, gaan de larven bewegen. Dit veroorzaakt een kriebelig gevoel waarna het paard deze jeukerige plek gaat likken. Zo komen er larven in de maag van het paard, waar ze zich aan de maagwand hechten. Het gevolg hiervan is dat het paard maagpijn krijgt en verzwakt raakt. In het voorjaar zijn de larven volwassen. Dan laten ze de maagwand los en komen ze met de mest mee naar buiten om zich te verpoppen. Drie weken daarna komen ze uit en begint de hele cyclus opnieuw.


Ademhalingsorganen

Kouvatten
Een paard kan kouvatten. Het dier heeft dan een lopende neus of hoest regelmatig. Hij moet dan warm gehouden worden en onderzocht worden door een dierenarts om te voorkomen dat het paard paardengriep krijgt. Wanneer het hoesten gepaard gaat met proesten duidt dat erop dat het paard iets in zijn keel heeft, bijvoorbeeld stof of koolzaad. Een blijvende hoest moet ook worden onderzocht door de dierenarts.

Influenza
Hierbij gaat het om een infectie van de voorste luchtwegen (neus, keel, luchtpijp), die leidt tot een droge rauwe hoest en een waterige neusvloeiing (die in ernstige gevallen etterig wordt). De lichaamstemperatuur stijgt tot 41 ºC en het paard wordt loom. Meestal dient de dierenarts een antibioticum toe om longontsteking te vermijden. Ook het preventief inenten van het paard is mogelijk en wordt tegenwoordig steeds meer gedaan, zeker bij wedstrijdpaarden.

Cornage
Cornage is een verlamming van een van de stembanden. Dit leidt tot een afsluiting van het strottenhoofd en bemoeilijkt de ademhaling. Het paard maakt een fluitend, piepend geluid bij het inademen. De aandoening kan alleen worden verholpen door een operatie aan het strottenhoofd.

Dampigheid
Dampigheid wordt veroorzaakt door bindweefselvorming in de longen en leidt tot chronische kortademigheid. Het eerste teken hiervan is een diepe, doffe hoest, evenals een `dubbele` ademhaling. Hierbij ademt het paard moeizaam en gehaast, waarbij het een hortende beweging maakt met de flanken. De ademhaling verslechtert na verloop van tijd omdat de longblaasjes hun rekvermogen verliezen. Dampigheid kan worden veroorzaakt door een verwaarloosde virusinfectie en het voortdurend inademen van stof. Hoewel deze aandoening niet te genezen valt, is geneeskundige hulp noodzakelijk. Het paard kan nog licht werk verrichten als het goed wordt verzorgd, veel frisse lucht krijgt en een goed uitgebalanceerde voeding (stofvrij ruwvoer, bijv. grof kuilgras).

Droes
Deze ziekte wordt veroorzaakt door streptococcus. Dit zijn bacteriën, die in de zogenaamde streptovorm (streepvorm) liggen. Het is een typische paardenziekte en gaat gepaard met koorts, keelontsteking en klierzwellingen, die uiteindelijk opzetten. De eerste verschijnselen van droes zijn koorts, hoesten en een pijnlijke keel. Het paard kan dan moeilijk eten en heeft de hals wat gestrekt. Na deze verschijnselen komt er een neusuitvloeiing bij. Deze neusuitvloeiing is etterig. De lymfklieren van de kaak en de keel worden langzamerhand groter en na verloop van 14 dagen breken ze heel vaak naar buiten door. In dat geval is er sprake van een echte kooierdroes. Bij de kooierdroes zijn de onderkaakse lymfklieren aangetast. Bij de keeldroes zijn de lymfklieren van de keel aangetast. Daarnaast kan er sprake zijn van dekroes. Dekdroes wordt overgebracht door de hengst die zelf droes heeft. Hij besmet bij de dekking de vulva (schede) van de merrie en bij het voorspel de omgeving hiervan. Er ontstaan dan veretteringen in de omgeving van de schede, die zowel naar buiten als naar binnen kunnen doorbreken. In het algemeen is droes vrij goedaardig en is alleen een goede verzorging van de zieke dieren voldoende. Het paard lijdt veel onder de hoge temperatuur en deze temperatuur moet dan ook gedrukt worden. De temperatuur daalt pas nadat de klieren doorgebroken zijn. Daarom is het van belang dat de klieren zo snel mogelijk doorbreken. Om dit te bereiken, worden maturerende of rijpende zalven gebruikt. Een voorbeeld hiervan is de laurierzalf. Van andere zalven als camforichthyol en ichthyol, de zogenaamde resorberende zalven, moet bij deze ziekte niet veel verwacht worden. Omdat streptococcen in groten getale in de klieren die veretteren verscholen zitten, heeft penicilline gedurende meer dan drie achtereenvolgende keren in een voldoende dosis toegediend geen beter resultaat dan maturerende zalven. Het is zelfs nadelig, want het proces wordt slepender gemaakt en er kunnen allerlei nare complicaties optreden.

Longontsteking
Hierbij is de ademhaling moeilijk en pijnlijk, versneld en ondiep. Bij een uitgebreide ontsteking krijgt het hart onvoldoende zuurstof, wat kan leiden tot de dood. Als een longontsteking vermoed wordt, is het raadzaam direct de dierenarts te waarschuwen. Antibioticum kan tot genezing leiden. Veel frisse lucht is goed voor het paard.

Slokdarmverstopping
Bij een slokdarmverstopping is er sprake van een verstopping ergens tussen de keel en de darm. De oorzaak hiervan kan een stuk ingeslikte appel, vastgekoekte zemelen of het eten van droge bietenpulp zijn. Met speeksel zet dit voedsel enorm uit waardoor er een verstopping ontstaat. Het paard heeft het benauwd en hoest regelmatig. Ook loopt een soort braaksel uit de neus en de mond van het paard. Het is heel belangrijk dat een dierenarts de slokdarm direct weer vrijmaakt.

Hooiallergie
Deze kwaal wordt veroorzaakt door een allergie voor de kleine schimmelsporen die in de lucht zitten. Deze zijn afkomstig van hooi, stro en stof. Hooiallergie leidt tot een witte neusuitvloeiing en een harde, droge hoest. Als de kwaal niet behandeld wordt, kan deze leiden tot een beschadiging van het longweefsel. Met speciale middelen kan het slijm dunner gemaakt worden, maar het is daarnaast verstandig de oorzaak weg te nemen. Dit kan door het hooi te weken en door, in plaats van stro, houtkrullen of turfmolm als srooisel te gebruiken. Het is overigens wel zo dat paarden geen liefhebbers zijn van nat gemaakt hooi. Daarom is het beter paarden grof stofvrij kuilgras te geven. Ook een goede ventilatie van de stal is noodzakelijk om hooiallergie tegen te gaan of nog beter: zet het paard zoveel mogelijk buiten.






Wil je ook een eigen homepage? Klik hier!
©: Alle afbeeldingen zijn eigendom van de respectievelijke copyrighthouders.