Engel
Eens komt de dag dat jij mij komt halen.
Dan zie ik je zo mooi neerdalen,
je vleugels gespreid en zo wijd open,
zachtjes in een witte mantel kom ik op je liggen.
Ik moet je niet vragen:
vlieg met mij, want jij alleen weet het!
We maken een verre reis.
Laat mij genieten van de blauwe lucht,
toch voel ik de koude door al die wolken heen.
Ik word stil en moe van het heen en weer vliegen,
met een traan denk ik dan nog eens aan mijn liefste
die ik hier moet achterlaten.
Met weemoed denk ik,
hoe we ons geluk mochten delen.
Onze liefde was zo mooi,
zo broos,
maar het heeft niet mogen duren.
Breng me naar de hoogste toppen,
laat mij nog eenmaal de sterren
en het licht zien.
Daal nu maar neer,
ik vind de weg naar het mooie paradijs.
Waar het hemels mooi is.
Vlieg nu maar terug,
vlieg naar men liefste toe
en zeg dat ik het goed heb.
Geef de warme stralen die ik jou gegeven heb.
Van hierboven zal ik steeds waken
en iedere traan die hij/zij laten zal,
is een ster.
Eens kom je toch naar me toe,
dan zijn wij voor immer en altijd samen.
Dank je lieve engel, voor die mooie reis.