Laatste update: 21 Januari 2006
Zet iets in het gastenboek en stem op de site! !

Discussieer op het forum door op de button aan de linkerkant te klikken! !

Nieuwe albums:
Voor de nieuwste albums en de complete lijst kijk je op:albumlijst.html

Geschiedenis
De jeugd van Willy Vandersteen
Op 15 februari 1913 werd in een Antwerpse volksbuurt, de Seefhoek, een jongetje geboren: Willibrord Jan Frans Maria Vandersteen. Zijn ouders hadden het niet breed en dus was kleine Willy voor ontspannende activiteiten op de straat aangewezen. Hij vertelde zijn vriendjes en vriendinnetjes honderduit over kruistochten, ridders en andere spannende verhalen.
Om zijn verhalen te verduidelijken tekende hij de stoep vol met afbeeldingen uit zijn verhalen.
Toen Willy 15 jaar oud was ging hij bij de scouts. Hij was dan ook dolgelukkig dat hij in aanraking kon komen met het buitenleven. En dat was, voor een stadse jongen als hij, een erg bijzondere ervaring. Bij deze scouts leerde hij veel nieuwe vrienden kennen. Ook leerde hij wat respect opbrengen is en vriendschap en trouw. Hier werd zijn karakter gevormd tot wat we jaren later ook in zijn strips zouden tegenkomen.
Ook bij de scouts kon hij zijn hobby blijven uitoefenen. Zo illustreerde hij onder andere het handgeschreven tijdschrift van zijn scoutsgroep. De strips vóór Suske en Wiske.
Vlak voor de oorlog besloot Willy Vandersteen met strips tekenen zijn brood te verdienen. Zijn eerste opdracht was voor het blad Entre Nous, een personeelsblad van Innovation (een groot warenhuis in Antwerpen). Het stripje, De lotgevallen van Kitty Inno, bestond uit een grap over één pagina. In de periode `40-`45 maakte Willy er hier 27 van.
Vandersteens eerste strip wat in de krant verscheen was De lollige avonturen van Pudifar, een stripje met veel Amerikaanse invloeden.
Hierna maakte Vandersteen drie stripalbums in de reeks De avonturen van Piwo het houten paard (1943-1946).
Ook voor het blad Bravo maakte Willy een aantal stripjes, zoals Simbat de Zeerover, Tori de Holbewoner en Lancelot.
In 1944/45 werkte Vandersteen aan een strip waar hij nog geen uitgever voor had gevonden. Een titel had hij al wel: Suske en Wiske. Geen korte grappen, maar een lang verhaal. Een avontuur vol grappige situaties dat in afleveringen in de krant kon worden gepubliceerd.
Via via kwam Vandersteen in contact met N.V.Standaard Boekhandel in Antwerpen. De directeur zag er wel wat in, maar er moesten hier en daar wat aanpassingen gedaan worden. Zo vond hij Suske een veel te volkse naam. Die naam werd, tot ongenoegen van Vandersteen veranderd in Rikki. En zo verscheen op 30 maart 1945 in De Nieuwe Standaard De avonturen van Rikki en Wiske voor het eerst in de krant.
Gelukkig kreeg Willy zijn zin en in het tweede verhaal verdween Rikki om `aan te schuiven voor een schoenenbon` en verscheen Suske ten tonele.
Nog steeds kun je de avonturen van Suske en Wiske lezen in De Standaard, de krant waar het allemaal mee begon. Nadat het Rikki en Wiske verhaal in de krant was verschenen, kwam dit verhaal in 1946 in albumvorm uit. De eerste oplage was 7000 exemplaren en werd verkocht voor 36 frank (zo`n 2 gulden), wat voor die tijd behoorlijk veel was. Niet lang daarna kwam het eerste echte Suske en Wiske avontuur, Op het eiland Amoras, uit (1947) en volgden er nog velen. Kuifje
Een belangrijke periode voor het oeuvre van Willy Vandersteen was de periode 1948-1959. Vandersteen werkte toen voor het weekblad Kuifje. Het blad liep niet zo goed in Vlaanderen en zocht naar een aantrekkelijke Vlaamse reeks om zo de populariteit terug te winnen. Hergé vond de verhalen die Vanderstaan voorlegde wel goed, maar veel te volks. Het zou niet passen bij het deftige weekblad. Suske en Wiske moesten wat minder volks worden en moesten personen als Lambik, Sidonia en Barabas verdwijnen. Wiske kreeg een bos krullen en Lambik werd ineens een stuk intelligenter. Ook werd er veel meer aandacht besteed aan de structuur van de scenario`s en aan het tekenwerk.
Van één reeks kon Vandersteen in de beginperiode niet leven. Daarom creëerde hij in 1945 al De familie Snoek. In 1952 richtte hij zijn eigen studio op om zo het aantal verschillende reeksen uit te kunnen breiden.
In 1952 startte hij met de serie Bessy, maar die werd al enkele jaren later overgedragen aan andere medewerkers. Later volgden onder andere De rode ridder (1959), Jerom (1960), Biggles (1965), Robert en Bertrand (1972) en De geuzen (1985).
In 1968 verzamelde Paul Geerts al zijn moed bij elkaar en klopte bij Studio Vandersteen aan. Hij was toen 31 jaar. Toevallig was Vandersteen net op zoek naar iemand en Paul kon beginnen met de Duitse versie van de Jerom-serie.
Op een dag in 1969 vroeg Vandersteen hem om het inkten van Suske en Wiske over te nemen. Vandersteen maakte de schetsen en Paul Geerts inktte deze dan. Maar in 1972 vroeg Vandersteen of hij zelf niet een idee had voor een Suske en Wiske verhaal. Dat had hij wel en het verhaal De gekke gokker was geboren. Zo werd Paul degene die Suske en Wiske nagenoeg zelfstandig deed en keek Willy af en toe over zijn schouder mee. Zoals Paul Geerts is begonnen, werd Marc Verhaegen de medewerker van Paul. Hij werkte de schetsen van Geerts uit. Ook had hij al de scenario`s van enkele albums geschreven, zoals De krakende carcas en De stervende ster. Onsterfelijk
Op een droevige maandagmorgen op 28 augustus 1990 stierf één van de meest succesvolle en beste stripauteurs: Willy Vandersteen.
Maar Willy had in zijn testament Paul Geerts benoemd als zijn opvolger. Ook liet hij een aantal zaken met betrekking op de Suske en Wiske verhalen in zijn testament vastzetten. Zo mochten Lambik en Sidonia nooit trouwen en mochten Suske en Wiske nooit ouder worden.
Er is nu een opvolger voor Paul Geerts: namelijk Marc Verhaegen.
Suske en Wiske zullen dus nog vele jaren doorgaan en zijn dus onsterfelijk!

Tekenaars
Willy Vandersteen
Geboren als Willibrord Jan Frans op 15 februari 1913 in een volksbuurt in Antwerpen.
Bij de scouts kwam hij in aanraking met het buitenleven en leerde de respect voor de natuur.Bij die scouts illustreerde hij het handgeschreven tijdschrift. Na zijn schooltijd hielp Willy zijn vader "Sus" genaamd, die beeldsnijder was. Op 13 jarige leeftijd gaat Willy naar de Antwerpse Academie waar hij avondopleiding beeldhouwen en ornamentmaken leerde. Daar krijgt hij ook tekenles. Op 25 jarige leeftijd ging hij werken in het timmerbedrijf van zijn oom. Al vlug zocht hij ander werk en werd etaleur voor de Inovation in Antwerpen. Tussen 1940 en 1945 maakte hij 27 afleveringen van "De Lotgevallen van Kitty Inno" in het personeelsblad van de Innovation. In 1941 kwam het krantendebuut in de jeugdbijlage van de Antwerpse krant De Dag (De lollige avonturen van Pudifar). In 1943 tekende hij het album "De avonturen van piwo het houten paard".
Ook in 1943 maakte hij voor het weekblad bravo "Simbat de zeerover, Tori de holbewoner en Lancelot". In 1944/45 werkte hij aan "Suske en Wiske" waar hij nog geen uitgever voor gevonden had. Op 30 maart 1945 stond de strip in De Nieuwe Standaard, maar de uitgever had er "Rikki en Wiske" van gemaakt. Zodra hij de kans kreeg zou Willy Rikki laten verdwijnen en Suske opnieuw ten tonele voeren. Op 28 augustus 1990 overlijdt Willy Vandersteen op 77 jarige leeftijd na een langdurige ziekte.
Paul Geerts
Paul Geerts werd geboren op 16 mei 1937 in Turnhout. Was actief in de plaatselijke chiro, waar hij af en toe strips voor het blaadje tekende. Hij werkte als drukker-retoucheur. Hij bracht zijn jeugd door in het St.-Eligiusinstituut en gaat later naar de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar ook Willy Vandersteen geweest is. Paul ging op 1 mei 1967 werk zoeken bij Willy Vandersteen en mocht op 2 januari 1968 bij de meester beginnen. In 1969 mocht Geerts de eerste Suske en Wiske inkten waarbij hij zich in het hele verhaal inleefde. Hij mocht zijn eerste
scenario, "De Gekke gokker", schrijven in1971. Vanaf dit moment mocht Paul Geerts meer en meer de scenario`s en de tekeningen verzorgen. Daar hij dezelfde ideeen heeft als Willy Vandersteen, mag Paul Geerts vanaf 1987 de pen van Willy volledig overnemen, maar moet er wel voor zorgen dat Suske en Wiske nooit ouder worden en dat de verhalen steeds in dezelfde sfeer geschreven worden. Door Paul Geerts is het mogelijk geworden dat we nu nog steeds, na meer dan 50 jaar, de verhalen van Suske en Wiske kunnen lezen.
Marc Verhaegen
Marc Vehaegen werdt geboren in 1957 en tekent in 1988 zijn eerste Suske en Wiske. In 1989 treedt hij toe tot studio Vandersteen, en levert sedertdien een belangrijke bijdrage aan het uitwerken, inkten en soms verzinnen van avonturen. Marc wordt als de beoogde opvolger van Paul Geerts gezien, en verschijnt, zeker sedert 1999 steeds nadrukkelijker in de schijnwerpers. Hoewel hij al vanaf "De krakende carcas" de scepter zwaait over zowel scenario als tekenwerk, werd hij pas in april 2001 formeel tot opvolger van Paul Geerts gebombardeerd. De forse discussie over de wijzigingen in stijl en kleding begin 2001 vragen ook van de pr-zijde van Marc een behoorlijke bijdrage.

Personages
Suske
Wiske ontmoette Suske op het Eiland Amoras. Suske was toen zeer impulsief en onbedachtzaam. Geleidelijk echter ruilde hij zijn driestheid en durf in voor voorzichtigheid en bezonnenheid. Suske is een toonvoorbeeld van trouw. Hij beredeneert een probleem en denkt na voor hij handelt. Hij laat zich in tegenstelling tot Wiske minder op sleeptouw nemen door zijn emoties. Hij neemt het zonder aarzelen op voor de verdrukten en de zwakken. Zijn moed is spreekwoordelijk.
Wiske
Reeds vanaf het eerste avontuur was het duidelijk dat Wiske nieuwsgierig was met eigenwijze ideeën. In het begin kon ze met haar kromme beentjes en lappenpopje niet ouder zijn dan een jaar of zes, in de loop der jaren kreeg ze een iets oudere look. De relatie met haar popje Schanulleke blijft echter steeds heel intens. Maar ook met Suske heeft ze een hechte band. Wanneer Suske toevallig eens een ander meisje ontmoet wordt Wiske jaloers en gaat ze resoluut in de aanval. Wiske gehoorzaamt aan haar gevoelens en impulsen. Ze is een meisje van het hart en niet van het hoofd. Wiske is zeer enthousiast en buitensporig nieuwsgierig. Ze is ook erg koppig. Deze koppigheid geeft haar vleugels en doet haar haar angst vergeten. Verder is Wiske, net zoals Suske een grote dierenvriend.
Lambik
Zijn eerste optreden deed hij in De Sprietatoom (1946). Lambik is vrijgezel en een man met wel een dozijn beroepen. Op emotioneel gebied heeft hij de grootste moeite om zichzelf onder controle te houden. Zijn jaloezie, koppigheid en naïviteit zijn sterker dan hemzelf. Hij is onophoudelijk op zoek naar complimentjes en is zeer gevoelig voor opmerkingen over zijn uiterlijk.Hij is moedig en impulsief: een combinatie van eigenschappen die hem hem van het ene avontuur in het andere laten rollen. Iedereen kan wel een deeltje van zichzelf herkennen in Lambik en dat maakt van hem het populairste personage van de reeks.
Tante Sidonia
Met haar weerbarstige kuif, haar fel geprononceerde kin, haar platlattige gestalte en haar enorme voeten is Sidonia wel een zeer speciale ster aan het vrouwelijk firmament. Al heeft ze haar uiterlijk niet mee, ze hoeft niet te klagen over haar intellectuele kwaliteiten. Meer dan eens reikt ze de oplossing aan van een raadsel of helpt ze Suske en Wiske uit de nood met een geniale vondst. Tante Sidonia zal de meeste lezers vertederen met haar emotionele openheid. Ze zou veel overhebben voor enkele romantische momenten met Lambik. Deze onmogelijke liefde doet haar veel verdriet. Nochtans geeft ze de moed nooit op en het aantal toenaderingspogingen tot Lambik is niet te tellen. Sidonia houdt van mensen: telkens wanneer de media weer eens een golf van ellende en oorlogen toont lijdt Sidonia aan depressies en angsten. Sidonia`s neerslachtige buien ontaarden dan in haar befaamde zenuwaanvallen, waarbij een mosterdbad vaak soelaas brengt.
Jerom
Willy Vandersteen introduceerde in het verhaal De dolle musketiers (1952) een nieuw personage; een oersterke man die in de latere avonturen dikwijls de redder in nood zal worden van onze helden. Jerom evolueert van een oermens met stropdas tot een charmante man van weinig woorden die heel poulair is bij de vrouwelijke lezers. Indrukwekkende dubbele spierbundels zijn het voornaamste kenmerk van Jerom. Zijn ogen zijn meestal gesloten, maar wanneer hij ze opent komen sterke lichtbundels te voorschijn.
Hij heeft een buitengewone eetlust en is bovendien razendsnel.
Professor Barabas
In het album Op het eiland Amoras (1945) ontmoette Barabas voor het eerst tante Sidonia en Wiske. Toen was hij nog het prototype van de verstrooide professor, en totaal wereldvreemd. Bovendien stotterde hij als geen ander. Zijn belangrijkste creatie is de teletijdmachine. Met dit toestel heeft hij één van de stoutste dromen van de mensheid in vervulling doen gaan: reizen in de tijd. Stilaan verloor professor Barabas zijn verstrooidheid en zenuwachtigheid en evolueerde hij naar een ernstig geleerde, bij wie onze vrienden steeds terecht konden voor de analyse van een probleem. Naast de teletijdmachine is hij ook de schepper van de Gyronef, het autootje Vitamitje, de Terranef, de klankentapper, een teletransformator, enzovoort.
Schanulleke
Het popje van Wiske bengelt voortdurend aan haar hand. In Prinses Zagemeel (1947) vernemen we dat Schanulleke van adellijke afkomst is. Ze is opgevuld met het zaagsel van een in een boom omgetoverde oosterse prinses. Schanulleke heette jarenlang Schalulleke, en heeft zelfs een tijdlang Schabolleke geheten. Schanulleke is niet alleen een bron van vreugde en liefde, maar ook een bron van zorgen. Ze raakt tientallen keren zoek, maar wordt telkens teruggevonden. Ze wordt ontvoerd, gefolterd en met de vernietiging bedreigd. Schanulleke is de grote vriendin van Wiske en die is dolblij als Schanulleke in sommige verhalen echt tot leven komt.
Krimson
Krimson duikt voor het eerst op in Het Rijmende Paard. Hij is door en door slecht, heeft nooit medelijden, kent nooit genade, en toont nooit berouw. Hij ziet zijn misdaden altijd op hele grote schaal. Zijn ultieme doelstelling is wereldmacht te verkrijgen, en de volledige controle over de mensheid. Hij kan daarbij steunen op een wereldwijd vertakte misdaadorganisatie, die sterk aan de maffia doet denken. Toch is ook Krimson een mens met een geweten. Hij onderdrukt dit geweten echter door regelmatig pilletjes te slikken en dan kent zijn boosheid geen grenzen.

Links
www.standaard.com/strips
www.suskeenwiske-fameuzefanclub.nl
of ga naar: suskeenwiske.pagina.nl
Verder kun je hier nog zoeken:
Naar het begin van de pagina