Quenya, de taal der hoog-Elfen

Hey,

Ik ben Bavo en ik heb een samenstelling van cursussen vetaald.
Die zal ik hier nu zetten. Hier heb ik zeer veel tijd aan besteed. Maar ik vond het waard, want het resultaat mag er wel zijn.

Hier komt ie.


Cursus Quenya

Klankleer
Klinkers
Quenya heeft vijf klinkers a, o, u, e, i. Ze kunnen lang of kort zijn. Lange klinkers zijn gemerkt met een acuut accent: á, ó, ú, é, í.
Ze worden uitgesproken zoals Latijnse of Spaanse klinkers.
ä, ë, ï, ö, ü : klinker wordt benadrukt (Vb: in “Manwë”)

Medeklinkers
De meeste klinkers worden uitgesproken zoals in het Engels, maar met sommige uitzonderingen:
« hy » wordt uitgesproken als het Duitse ich-laut.
« c » is altijd hard /k/.
« ht » kan worden uitgesproken op twee manieren.
Voorbeeld: 1:
voorgegaan door « e » of « i » wordt het uitgesproken als het Duitse ich-laut. E.g. `tehta`.
Voorbeeld 2:
voorgegaan door « a », « o » of « u » wordt het uitgesproken als het Duitse ach-laut. E.g. `luhta`.
« y » is altijd een medeklinker; `yatzee`.
« g » is altijd hard; `get`.
« ng ». `Langer` in een woord, `lang` aan het einde van woorden.
« qu » wordt uitgesproken als `kw` zoals een Engelse eend `quack, quack`.
« r » is een trilling. Het is niet verloren in woorden (Br. Eng.) `hard`.
« ty » wordt uitgesproken als het Engelse `tune`.
Twee aaneengevoegde klinkers
Deze zijn: ai, oi, ui, eu, iu.
Nadruk
In woorden met twee lettergrepen, ligt de nadruk op de eerste lettergreep. (Nadruk hier aangeduid met hoofdletter). Voorbeelden: mElda, tOlto, Imbe.
In langere woorden, ligt de nadruk op de tweede-tot-laatste lettergreep als het een lange klinker (1)is (andÚne, elentÁri) (2) een `diphtong` (culUIna) of (3) een klinker gevolgd door twee of meer medeklinkers (isIldur, erEssea, palAntir).
Als de laatste lettergreep een korte klinker bevat gevolgd door een of geen medeklinker (zoals het veel het geval is), ligt de nadruk op de vorige lettergreep (Orome, cUluma, yalÚmea).
Merk op dat laatste e:s moet worden uitgesproken.
Vormleer
Het werkwoord
Infinitief

+ië

Werkwoorden op -ta en de meeste werkwoordstammmen eindigend op een klinker, hebben hun infinitief door de laatste klinker te laten vallen en -ië toe te voegen.

Voorbeeld:

“anta-” = “geven” (als stam)
“antië” = “geven” (als infinitief)

Tegenwoordige tijd

+a

Toevoegen van -a behalve indien het werkwoord al op a eindigt.
Wanneer de a toegevoegd wordt aan een basiswerkwoord, verlengt de klinker erin.

Voorbeeld:

“sil-” = “schijnen”
“síla” = “schijnt, is aan het schijnen”

Opmerking :
Er is een gewijzigde vorm, namelijk de ‘aorist’, gevormd door toevoegen van ë, ipv de a, waarbij de ë wel verandert naar een i als er nog een uitgang achter komt.
Deze ‘aorist’ duidt een ‘tijdloze waarheid’ aan.

Voor een ster bijvoorbeeld, zou men dus “silë” gebruiken i.p.v. “síla”.
Verleden tijd

+në

Bij een werkwoordstam eindigend in l, wordt het suffix -lë.

Deze në komt niet altijd na de stam.
Soms is er een aanpassing naar uitspreekbaarheid.
Dan zijn er wijzigingen en wordt de uitgang -e.
Voorbeeld :
“quet-“ = “zeggen” > “quentë” = "zei"
“top-” = "bedekken" > “tompë” = “bedekt”
(er komt dus een ‘m’ voor een ‘p’, en anders een ‘n’)

Uitzonderingen:

“lav-” = “likken” > “lavë” = “likte”
“tul-” = "komen" > “tulë” = “kwam”
“cár-” = “maken” > “cárë” = “maakte”


Voltooid tegenwoordige tijd

Laatste klinker (of -ya indien het werkwoord hierop eindigt) laten vallen en dan +ië
Werkwoord vooraf laten gaan door dezelfde klinker als in de stam aanwezig
Klinker in de stam verlengen

Voorbeelden:

“hat-” = “breken” > “ahátië” = “heeft gebroken”
“tec-” = “schrijven” > “etécië” = “heeft geschreven”
“wil-” = “vliegen” > “iwílië” = “heeft gevlogen”
“top-” = “bedekken” > “otópië” = “heeft bedekt”
“tul-” = “komen” > “utúlië” = “is gekomen”


Toekomstige tijd

Laatste klinker laten allen en +uva toevoegen

Voorbeelden:

“quat-” = “vullen” > “quantuva” = “zal vullen” (de ‘n’ in quantuva is ‘nasale fixatie’)



Gebiedende wijs

+a

Geen verschil merkbaar met de tegenwoordige tijd, dus moet uit context blijken.

Vaak wordt gebruikt gemaakt van een lidwoord ‘a’.
Voorbeeld:
“laita” = “zegen”
“A laita, laita te!” = “O zegen hen, zegen hen!”


Overeenkomst met het getal van het onderwerp : +r indien meervoud.
“laurië lantar lassi” = ”als goud vallen de bladeren"
Onderwerp is meervoud (“lassi” = “bladeren”) dus werkwoord (lanta) +r.
Enkelvoud "als goud valt een blad" zou zijn “laurëa lanta lassë” zonder extra ‘r’.
Merk op hoe het bijvoeglijk naamwoord “laurië” = “als goud", letterlijk "gouden", ook van een meervoud naar een enkelvoud gaat.



Vervoeging Wijziging Opmerking
Infinitief +ië indien de stam eindigt op een klinker valt deze eerst weg
Tegenwoordige tijd +a Niet indien al eindigend op aIndien a toegevoegd, stamklinker verlengen
Verleden tijd +në Indien eindigend op l : +lë ipv +në
Volt. tegenwoordige tijd laatste klinker laten vallen, +ië, stamklinker vooraan nog toevoegen en stamklinker verlengen Indien eindigend op –ya, vallen deze beide klinkers weg
Toekomstige tijd laatste klinker laten vallen en +uva toevoegen
Gebiedende wijs +a Verschil met t.t. uit context

De grammaticale tijd
De grammaticale tijd van het werkwoord is dus volgens het kader hierbeneden.
Infinitief Heden Verleden V.T.T Toekomst Imperatief
-ië -a -në V - lang - ië -uva -a
In het heden, als de stam een lettergreep heeft, dan is de klinker verlengd. Het verleden heeft sommige uitzonderingen. Als de stam eindigt op `l`, `-ne` schijnt het te worden geassimileerd in `-le`.
Ook waard vermeld te worden is dat het werkwoord `zijn` misschen bijna regelmatig verbuigd wordt. Hoewel, er is zeer weinig informatie omtrent dit. (De klinker is verlengd in het heden en de toekomst).
Tijd voor wat voorbeelden:

zijn = nië (of misschien ná)
ben = ná
was = né
zal zijn = núva (kan ook náva of nauva zijn)
wees! = na!

komen = tulië
kom = túla
kwam = túlë
heeft gekomen = utúlie
zal komen = tuluva
kom! = tula!

In het meervoud, krijgt het werkwoord een `-r` achtergevoegd. (rusco yarra = een vos gromt ; ruscor yarrar = vossen grommen)
Verklaring van de V.T.T. De basisklinker van de stam (`u` in tul-) is verlengd (túl-), dezelfde klinker is voorgevoegd (utúl-) en `-ië` is achtergevoegd (utúlië).
Er zijn sommige uitzonderingen in het verleden. Bijvoorbeeld het werkwoord quet- = spreken, spreek, zeg. In het verleden zou de vervoeging quetnë zijn. Dat is een beetje moeilijk om te zeggen, en aldus veranderd in quentë, i.e. `n` en `t` veranderen van plaats. Het werkwoord top- (bedekken), zou volges dezelfde speciale regel tonpë worden, maar wordt veranderd in tompë. Regel nummer 3 is dat `n` veranderd wordt in `m` voor `p`.
Onvoltooid deelwoord
(toestand waarin men is als men iets doet Vb. Als je aan het denken bent, dan denk je)

+la

Voorbeeld

“falasta-” = "schuimen" (van golven op het water)
“falastala” = “is aan het schuimen, schuimend”

Opmerking:

Bij sommige werkwoorden worden er delen herhaald (‘frequentatief’),
en kan de stamklinker verlengd worden.

Voorbeelden:
“sil-” = “schijnen” > “sílala” = “is aan het schijnen, schijnt”
“it-” = “glinsteren” > “itila” = “is aan het glinsteren, glinstert”





Voltooid deelwoord

(omschrijft de toestand waarin men komt als met blootgesteld wordt aan de aktie van het overeenkomstige werkwoord)
Vb.Als iemand je ziet, wordt je gezien.

+na (of +da indien eindigend op l)
+ina

meervoud : +në
+inë

Voorbeelden:

“car-” = “maken” > “carna” = “gemaakt”
“rac-” = "breken" > “rácina” = “gebroken”
Ontkenning
Ontkening is best gedaan door het woord `lá` (niet) te gebruiken of het negatieve werkwoord `um-` (niet zijn, niet doen) te gebruiken.
Aanvoegende wijs
Het is mogelijk een aanvoegende wijs te vormen zoals hier staat:
Nai + een werkwoord in de toekomst. => Zij het dat jij wil...
De deelwoorden
Het deelwoord in het heden, overeenkomende met het Engelse `-ing`, wordt gevormd door `-(a)la` toe te voegen aan de stam.
Het deelwoord in het verleden wordt gevormd door -na toe te voegen aan de stam. Als het werkwoord eindigt op n, m of r dan is het achtervoegsel `-ina`. Als de stam eindigt op l, dan is het achtervoegsel `-da`.
Voorzetsels
Quenya maakt gebruik van relatief weinig voorzetsels. Inplaats moet er één gebruikt worden in een aantal naamvallen. Dit wordt verder beneden uitgelegd in het naamvallendeel. Er zijn sommige voorzetsels, en inplaats hiervan in sommige naamvallen worden ze gebruikt als een nazetsel. Het is te verkiezen een naamval inplaats van een voor/nazetsel te gebruiken.



Voorbeelden:

in, binnenin, vanbinnen mi
tussen imbe
verder dan tar, pella (verder dan de grenzen van)
als ve
door tere
totdat tenna
Het zelfstandig naamwoord
Bij zelfstandige naamwoorden die eindigen op een medeklinker, mag een e tussengevoegd worden tussen het zelfstandig naamwoord en de uitgang.

Voorbeeld:
macil "zwaard",
macilerya "zijn zwaard"

Bij het meervoud kan de meervoudsuitgang -i gebruikt wordne om zelfstandig naamwoord en uitgang te scheiden.
Voorbeeld
“macili” = “zwaarden”
“maciliryar” = “zijn zwaarden”
Merk op dat er nog een extra r verschijnt na het suffix


De uitgang -nya (mijn) verkiest steeds de ‘i’ als verbindinsklinker, zelfs in het enkelvoud.

Voorbeeld:
“macilinya” = “mijn zwaard”

De vervoegingen van aangepaste zelfstandige naamwoorden gebeurt op dezelfde manier als bij de gewone.

Nominatief Parmanya mijn boek
Genitief Parmanyo van mijn boek
Possessief Parmanyava <mijn boek’s>
Datief Parmanyan voor mijn boek
Locatief Parmanyassë in mijn boek
Allatief Parmanyanna naar mijn boek
Ablatief Parmanyallo van mijn boek (oorsprong=mijn boek)
Instrumentalis Parmanyanen door/met mijn boek

Voorbeelden
“tielyanna” = “op uw weg”
“omentielvo” = “van onze ontmoeting”
De genitief uitgang -o vervangt de laatste -a van het voornaamwoordseinde.

Er zijn echter ook onafhankelijke voornaamwoorden.
Deze worden gevormd door de overeenstemmende uitgang te laten voorafgaan door e-.

Voorbeeld:
nai hiruvalyë Valimar "misschien zal je Valimar vinden"
"je" is uitgedrukt met de uitgang -lyë toegevoegd aan het werkwoord hiruva "zal vinden" .

Wijziging:
nai elyë hiruva "misschien zal zelfs jij het vinden"
Het overereenkomend voornaamwoord “elyë” wordt gebruikt voor het benadrukken.
Vandaar de vertaling “zelfs jij”
Een ander voorbeeld is “inyë” = "(zelfs) ik".
Anderen:
“ni” = "ik"
Datief “nin” = “voor mij”
“tye” = “jij”
“ta” = “het”
“te” = "zij(mv.)"
“ me” = “wij” (duaal : met “wij twee”
“so” = “hij”
“se” = “zij”
APPENDIX: Voorbeelden van volledig vervoegde zelfstandige naamwoorden

CIRYA "schip" (eindigt op a > -r meervoud)

Enkelvoud nominatief cirya Een schip
Enkelvoud accusatief (geschreven) ciryá Een schip
Enkelvoud datief ciryan Voor een schip
Enkelvoud genitief ciryo Van een schip(eigenschap)
Enkelvoud possessief ciryava Van een schip(bezittelijk)
Enkelvoud locatief ciryassë Op/in een schip
Enkelvoud allatief ciryanna Naar een schip
Enkelvoud ablatief ciryallo Van een schip(oorsprong)
Enkelvoud instrumentalis ciryanen Met/per schip

Meervoud nominatief ciryar Schepen
Meervoud accusatief (geschreven) ciryai Schepen
Meervoud datief ciryain Voor schepen
Meervoud genitief ciryaron Van schepen(eigenschap)
Meervoud possessief ciryaiva Van schepen(bezittenlijk)
Meervoud locatief ciryassen Op/in schepen
Meervoud allatief ciryannar Naar schepen
Meervoud ablatief ciryallon Van schepen(oorsprong)
Meervoud instrumentalis ciryainen Met schepen

Partitief nominatief ciryali Enkele schepen
Partitief accusatief (geschreven) ciryalí Enkele schepen
Partitief datief ciryalin Voor enkele schepen
Partitief genitief ciryalion Van enkele schepen(eigenschap)
Partitief possessief ciryalíva Van enkele schepen(bezittenlijk)
Partitief locatief ciryalissë Op/in enkele schepen
Partitief allatief ciryalinna Naar enkele schepen
Partitief ablatief ciryalillo Van enkele schepen(oorsprong)
Partitief instrumentalis ciryalínen Met enkele schepen

Duaal nominatief ciryat Twee schepen
Duaal accusatief (geschreven) ciryat Twee schepen
Duaal datief ciryant Voor twee schepen
Duaal genitief ciryato Van twee schepen(eigenschap)
Duaal possessief ciryatwa Van twee schepen(bezittenlijk)
Duaal locatief ciryatsë Op/in twee schepen
Duaal allatief ciryanta Naar twee schepen
Duaal ablatief ciryalto Van twee schepen(oorsprong)
Duaal instrumentalis ciryanten Met twee schepen






Opmerking :
In het geval van een u-duaal wordt de dualiteit reeds voldoende uitgedrukt door het suffix
-u. De normale uitgangen zonder t worden dus gebruikt.


Duaal nominatief aldu Twee bomen
Duaal accusatief aldú Twee bomen
Duaal datief alduen Voor twee bomen
Duaal genitief alduo Van twee bomen(eigenschap)
Duaal possessief alduva Van twee bomen(bezittenlijk)
Duaal allatief aldunna Op/in twee bomen
Duaal ablatief aldullo Naar twee bomen
Duaal locatief aldussë Van twee bomen(oorsprong)
Duaal instrumentalis aldunen Met twee bomen








2. LASSË “blad” (eindigt op e > -i meervoud)


Enkelvoud nominatief lassë Een blad
Enkelvoud accusatief (geschreven) lassé Een blad
Enkelvoud datief lassen Voor een blad
Enkelvoud genitief lassö Van een blad(eigenschap)
Enkelvoud possessief lasséva Van een blad(bezittelijk)
Enkelvoud locatief lassessë Op/in een blad
Enkelvoud allatief lassena Naar een blad
Enkelvoud ablatief lassello Van een blad(oorsprong)
Enkelvoud instrumentalis lassenen Met/per blad

Meervoud nominatief lassi Bladeren
Meervoud accusatief (geschreven) lassí Bladeren
Meervoud datief lassin Voor bladeren
Meervoud genitief lassion Van bladeren(eigenschap)
Meervoud possessief lassiva Van bladeren(bezittenlijk)
Meervoud locatief lassessen Op/in bladeren
Meervoud allatief lassennar Naar bladeren
Meervoud ablatief lassellon Van bladeren(oorsprong)
Meervoud instrumentalis lassenen Met bladeren

Partitief nominatief lasseli Enkele bladeren
Partitief accusatief (geschreven) lasselí Enkele bladeren
Partitief datief lasselin Voor enkele bladeren
Partitief genitief lasselion Van enkele bladeren(eigenschap)
Partitief possessief lasselíva Van enkele bladeren(bezittenlijk)
Partitief locatief lasselisse Op/in enkele bladeren
Partitief allatief lasselinna Naar enkele bladeren
Partitief ablatief lasselillo Van enkele bladeren(oorsprong)
Partitief instrumentalis lasselínen Met enkele bladeren

Duaal nominatief lasset Twee bladeren
Duaal accusatief (geschreven) lasset Twee bladeren
Duaal datief lassent Voor twee bladeren
Duaal genitief lasseto Van twee bladeren(eigenschap)
Duaal possessief lassetwa Van twee bladeren(bezittenlijk)
Duaal locatief lassetsë Op/in twee bladeren
Duaal allatief lassenta Naar twee bladeren
Duaal ablatief lasselto Van twee bladeren(oorsprong)
Duaal instrumentalis lassenten Met twee bladeren



2. NAT “ding” (eindigt op medeklinker)


Enkelvoud nominatief nat Een ding
Enkelvoud accusatief (geschreven) nat Een ding
Enkelvoud datief naten Voor een ding
Enkelvoud genitief nato Van een ding(eigenschap)
Enkelvoud possessief natwa Van een ding(bezittelijk)
Enkelvoud locatief natessë Op/in een ding
Enkelvoud allatief natenna Naar een ding
Enkelvoud ablatief natello Van een ding(oorsprong)
Enkelvoud instrumentalis natenen Met/per ding

Meervoud nominatief nati Dingen
Meervoud accusatief (geschreven) natí Dingen
Meervoud datief natin Voor dingen
Meervoud genitief nation Van dingen(eigenschap)
Meervoud possessief nativa Van dingen(bezittenlijk)
Meervoud locatief natissen Op/in dingen
Meervoud allatief natinnar Naar dingen
Meervoud ablatief natillon Van dingen(oorsprong)
Meervoud instrumentalis natinen Met dingen

Partitief nominatief nateli Enkele dingen
Partitief accusatief (geschreven) natelí Enkele dingen
Partitief datief natelin Voor enkele dingen
Partitief genitief natelion Van enkele dingen(eigenschap)
Partitief possessief natelíva Van enkele dingen(bezittenlijk)
Partitief locatief latelisse Op/in enkele dingen
Partitief allatief natelinna Naar enkele dingen
Partitief ablatief natelillo Van enkele dingen(oorsprong)
Partitief instrumentalis natelínen Met enkele dingen

Duaal nominatief natu Twee dingen
Duaal accusatief (geschreven) natú Twee dingen
Duaal datief natuen Voor twee dingen
Duaal genitief natuo Van twee dingen(eigenschap)
Duaal possessief natuva Van twee dingen(bezittenlijk)
Duaal locatief natussë Op/in twee dingen
Duaal allatief natunna Naar twee dingen
Duaal ablatief natullo Van twee dingen(oorsprong)
Duaal instrumentalis natunen Met twee dingen



Duale vervoeging voor een stam die niet eindigt op -t of -d.

Vb: ELEN “ster”

Duaal nominatief elenet Twee sterren
Duaal accusatief (geschreven) elenet Twee sterren
Duaal datief elenent Voor twee sterren
Duaal genitief eleneto Van twee sterren(eigenschap)
Duaal possessief elenetwa Van twee sterren(bezittenlijk)
Duaal locatief elenetsë Op/in twee sterren
Duaal allatief elenenta Naar twee sterren
Duaal ablatief elenelto Van twee sterren(oorsprong)
Duaal instrumentalis elenenten Met twee sterren

Bijvoeglijke naamwoorden

Bijvoeglijke naamwoorden komen overeen in nummer met het zelfstandig naamwoord dat ze beschrijven.

Bijvoeglijke naamwoorden in -a hebben als meervoud -ë achteraan.
Bijvoeglijke naamwoorden in –ë of in een medeklinker hebben als meervoud -i achteraan.
Bijvoeglijke naamwoorden in -ëa hebben als meervoud -ië achteraan.


Voorbeelden:

“carnë” = “rood”
“parma” = “boek”
“carnë parma” = ”een rood boek”
“carni parmar” = “rode boeken”


“vanya” = “mooi”
“vendë” = “meisje”
“vanya vendë” = “een mooi meisje”
“vanyë vendi” = “mooie meisjes”

“laurëa” = “gouden”
“lassë” = “blad”
“laurëa lassë” = “een gouden blad”
“laudië lassi” = “gouden bladeren”
Het lidwoord
Het bepaald lidwoord is `i` en het werkt als het Nederladse `de, het`. Er is geen onbepaald lidwoord. `Een ster` is aldus elen en `de ster` is i elen.
Het meervoud
Woorden die eindigen op een klinker krijgen een `-r` achtergevoegd. Woorden die eindigen op een medeklinker krijgen een `-i`. Er is een speciale naamval. Wanneer een zelfstandig naamwoord eindigt op `-ë`, wordt het vervangen door `-i`. E.g. quendë - quendi. Merk op dat woorden die eindigen op `-ië`, op `-ier` eindigen in het meervoud, volgens de basisregel. Tijd voor een paar voorbeelden:
`Sterren` is elen - eleni.
`Haken` is ampa - ampar.
`Gebladerte` is lassë - lassi`. `-ë` is vervangen door `-i`.
Er zijn sommige uitzonderingen, e.g.
ork - orks => orco - orcui.
zuster - zusters => seler - selli
palantir - palantirs => palantir - palantíri (lange klinker)

Naamvallen
Quenya heeft negen naamvallen. Een naamval is een manier om te merken in welke staat van een zelfstandig naamwoord het is. Normaal functioneren ze als voorzetsel, met het verschil dat je hen vasthecht aan het einde van het zelfstandig naamwoord.
Nominatief
De functie van de nominatief is het onderwerp zijn van het werkwoord.
Enkelvoud: geen speciaal einde.
Meervoud: -r als het zelfstandig naamwoord eindigt op een klinker. Als het eindigt op -e dan wordt het vervangen door een -i.
Accusatief
Het doel van de accusatief is het voorwerp merken van het werkwoord (lijdend voorwerp). Hoewel het nooit gebruikt wordt in modern Quenya, alleen in Boek Quenya.
Enkelvoud: verlenging van laatste klinker als er zijn.
Meervoud: voegt -i toe zelfs voor zelfstandige naamwoorden die eindigen op een klinker.
Datief
Zijn doel is het indirecte voorwerp van het werkwoord merken. Het is best vertaald met de Nederlandse voorzetsels `naar`, `tot`, `aan`, `tot aan` en `voor`.
Enkelvoud: -n of -en in medeklinker naamvallen.
Meervoud: -in voor alle naamvallen. Vervangt laatste -e als er een is.
Genitief
De genitief komt overeen met de `s in het Engels, of een `van` constructie.
Enkelvoud: -o Het vervangt de laatste -a, maar geen andere klinkers.
Meervoud: nominatief meervoud + -on.
Possessief
Zijn functie is het eigendom(srecht) te beduiden. Het verschil met de genitief is dat de possessief eigendom aanduidt op het moment van het verhaal (zij het verleden, heden of toekomst), terwijl de genitief de afkomst van het voorwerp beduidt en de eigenaar.
Enkelvoud: -va of -wa voor medeklinker eindes.
Meervoud: -iva voor alle naamvallen. vervangt laatste -e als er een is.
Locatief
Deze naamval heeft de bedoeling `in` of `op` te uiten.
Enkelvoud: -sse of -esse voor medeklinker eindes.
Meervoud: -ssen of -issen voor medeklinker eindes.
Allatief
Deze naamval heeft de bedoeling `naar`, `in`, `tot` of `op` te uiten (richtingsaanduiding).
Enkelvoud: -nna of -enna voor medeklinker eindes.
Meervoud: -nnar of -innar voor medeklinker eindes.
Ablatief
Deze naamval heeft de bedoeling `van` of `uit`, `buiten` te uiten.
Enkelvoud: -llo of -ello voor medeklinker eindes.
Meervoud: -llon of -illon voor medeklinker eindes.
Instrumentalis
Deze naamval functie is het instrument merken met welke iets is gedaan of door welke iets was gemaakt, de oorzaak of de reden. Een vertaling zou worden gedaan met de voorzetsels `door`, `bij`, `volgens`, `langs`, `van`, `per`, `via`, `ten opzichte van`, `ten` of `met`.
Enkelvoud: -nen of -enen voor medeklinker eindes.
Meervoud: -inen voor alle naamvallen. Vervangt laatste -e als er een is.
Overzicht:

enkelvoud meervoud Partitief meervoud(deel uit groep) Duaal(natuurlijk tweetal, vb handen)
Nominatief - -r of -i -li -t of –u(bij t of d)
Accusatief verlengen -i -lí
Datief -n -in -lin -nt
Genitief -o -on -lion -to
Possessief -va -iva -líva -twa
Locatief -ssë -ssen -lisse(n) -tsë
Allatief -nna -nnar -linna(r) -nta
Ablatief -llo -llon -lillo(n) -lto
Instumentalis -nen -inen -línen -nten

De rest kon er niet meer op maar ik maak een vervolg op
www.kinderlines.nl/homepages/quenya2.html


Bavo Delbeke


Vergeet niet te stemmen !




      
Teller:
teller


Wil je ook een eigen homepage? Klik hier!
©: Alle afbeeldingen zijn eigendom van de respectievelijke copyrighthouders.