knuffelverhaaltjes
Wil jij ook een gratis Kinderlines Homepage? Klik hier!
Home
Koekjes

Op een regenachtige herfstdag zitten Simon en Minus op tafel te wachten op iets spannends. Alleen gebeurt er helemaal niets leuks.
'Het is hier maar een saaie boel,' zegt Simon. 'Het is buiten echt geen weer voor ons!'
'Kun je wel zeggen! Toen het vanochtend nog droog was ging ik even buitenspelen totdat het ineens keihard regende. Toen struikelde ik, tijdens dat ik zo snel mogelijk naar binnen wilde, in een ijskoude plas modder! Ik krijg het er maar niet uitgelikt... Bah!' zegt Minus met een vies gezicht.
Toen was het even stil.
'Laten we iets lekkers pakken! Dat is voor ons een spannend karweitje, zo hoog in die kast,' zegt Minus.
'Maar dat mag niet eens van Annika!' zegt Simon.
'Dan doen we het toch stiekem? Ze zal het vast niet merken,' zegt Minus.
'Wat is er zo leuks voor stiekem te doen?' Arthur komt van bed de woonkamer ingestoormd.
'We gaan koekjes pikken uit de koekjespot', zegt Simon.
'Cool! Mag ik meedoen?' vraagt Arthur.
'Natuurlijk! Samen staan we sterk,' zegt Minus.
De drie klimmen van tafel af en lopen naar de kast.
'Die is hoog zeg, ik kan amper de pot zien,' zegt Simon, 'ik pak wel een ladder.'
Arthur strekt zijn nagels uit en probeert tegen de want op te klimmen.
'Dat lukt denk ik niet Arthur, je nagels zijn nog te kort,' zegt Minus.
'Weet ik, maar dit is leuker. Probeer ook eens!' zegt Arthur.
Samen klauteren ze tegen de kast aan, nou ja, dat proberen ze tenminste.
'Ik heb de ladder al,' zegt Simon.
'We komen al!' roepen de twee in koor.
'Waar waren jullie mee bezig?' vraagt Simon.
'We probeerde tegen de kast op te klimmen met onze scherpe nagels,' zegt Arthur.
Simon doet of hij ze niet gehoord heeft en zet de ladder tegen de kast aan.
Eerst klimt Minus de ladder op, daarna Simon en daarna Arthur. Van klein naar groot dus.
'Ik heb de pot bijna!' zegt Minus.
Maar dan horen de drie voetstappen op de trap. Op dat moment had Minus de pot in zijn pootjes maar hij schrok zo dat hij van de ladder viel met de pot. Simon en Arthur vielen toen natuurlijk ook.
'O nee, ik ga vallen!!!' roept Minus.
De koekjes pot viel kapot en de drie knuffelbeesten vielen gelukkig nog net niet op de scherven.
'Snel, pak een koekje voor dat Annika komt!' zegt Minus.
Ze zijn nog net zonder gezien te worden naar boven gerend naar Annika`s kamer en met alle koekjes. Wat een deugnieten!

Sinterklaas

Het was zaterdag 12 november in de avond. Alle diertjes verheugden zich op de volgende dag. Want dan zat er cadeautjes en snoepgoed in hun schoentjes van de Pieten. Zeker voor Kira was het spannend. Zij was namelijk nieuw bij ons in de familie. Ze is een soort roodborstje en een Webkinz diertje. Ze wist nog niets van Sinterklaas af. Maar nu wel. Toen ze naar hun bedje gingen, konden ze bijna niet wachten. Ze poetsten hun tanden (als ze die hebben ), zette hun schoentje neer, klommen in bed en probeerde te slapen. Ik had ze allemaal een glaasje water gegeven.
'Ik vind het spannend!' zei Kira.
'Ja, ik ben benieuwd!' zei Joë.
Toen was het even stil. Toen liet Arthur ineens een enorme scheet.
'Aaah! Wat was dat?!' riep Kira.
'Ik was het niet!' zei Arthur.
Toen keek iedereen naar Arthur.
'ARTHUR!!!!!' riep iedereen.
'Joë, wat was dat nou?' vroeg Kira.
'Dat wil je niet weten, Kira,' zei Joë.
'Het was een ongeluk!' zei Arthur. 'Ik was zó zenuwachtig!'
'Gatver, het stinkt vreselijk!' riep Minus.
'Wat een vieze scheet, Arthur!' zei Tijgertje-Max.
'Het was dus een vieze stinkende scheet!' riep Kira.
Het was even stil tot iedereen ineens heel hard begon te lachen.
'Zo is het genoeg allemaal. Ga nu maar lekker slapen en dromen over Sinterklaas,' zei ik.
Toen ging iedereen een slokje water drinken en slapen. Gelukkig viel iedereen meteen in slaap.

Toen de volgende dag werd Arthur weer eens als eerste wakker.
'Sinterklaas, Sinterklaas!! Zwarte Piet, zwarte Piet!!' riep Arthur.
Iedereen werd wakker van Arthur.
'Zijn Sinterklaas en zwarte Piet hier?!' riep Kira.
'Nee, Kira, Arthur wil heel graag weten wat er in zijn schoentje zit.
'Annika, mag ik nu naar beneden?' vroeg Arthur.
'Nog niet, Arthur. Om half 8 gaan we met z`n alle naar beneden,' zei ik.
'Hoe laat is het dan nu?' vroeg Arthur.
'Het is nu 5 over 7. Ga maar lekker gamen met Minus,' zei ik.
Arthur en Minus gingen samen lekker even op de Nintendo DSi van mij spelen. Zo gingen de 25 minuten voorbij. Ondertussen gingen de andere nog even verder slapen.
'Jongens en meisjes, het is half 8. En dat betekend dus...' zei ik.
'NAAR BENEDEN!!!' riep iedereen.
Toen liet Arthur wéér een vieze scheet.
'Bah, Arthur!' riep Minus.
'Arthur, bespaar je uitlaatgassen!' zei Lientje.
Iedereen schoot weer in de lach. En Arthur werd helemaal rood.
'Hé, de wereld warmt niet op door mij maar de auto's!' riep Arthur.
'Stil nou allemaal!' riep ik, en iedereen was stil.
We waren beneden bij de schoentjes.
'CADEAUTJES!!!' riep iedereen.

Arthur had een leuk speeltje en een mini chocolade letter A gekregen.
Minus kreeg een leuk speeltje en een mini chocolade letter M.
Bijna iedereen had hetzelfde, behalve ik. Ik had 4 marsepein varkentjes, 1 mini Piet en 1 mini Sinterklaas van chocolade, en een grote Sinterklaas van chocolade.

Dat was de nacht van Sinterklaas. Ik hoop dat jullie genoten hebben van dit grappige verhaal!
Geschreven door Annika.

Het mystery van Lakaloera...
Vroeger was er een eiland, die heette: Lakaloera. Er leefde allemaal prachtige dieren, zoals bevers, papegaaien, panters, tijgers, antilopen,
konijnen, beren, hamsters, cavia’s alle insecten en nog véél meer dieren. Er leefde vooral katachtige dieren. De meeste ervan waren zwarte panters, oranje- en witte tijgers, jaguars, jachtluipaarden en natuurlijk de wilde kat. Er leefde geen mensen (wel apen), dus het was er een stuk rustiger aan toe dan in een drukke stad. De vogels floten prachtig en de antilopen graasde in kuddes over het vlakke landschap. In het water zwommen duizenden soorten vissen en er sprongen vrolijk dolfijnen uit het water. Wie wil daar nou niet op vakantie gaan? Iedereen op de eilanden rond Lakaloera. Ze haten dieren en vinden de natuur maar lelijk. Dus op een dag kwam een groep mensen van honderd man en begonnen met het vernielen van het eiland. Het was een vreselijk gezicht. Ze hakten alle bomen om, schoten op de antilopen en vingen de vogels voor de handel. Ook de prachtige katten moesten zich verstoppen, net zoals alle andere dieren. Maar dat was moeilijk. Ze stoken namelijk de bossen in brand en visde alle dieren uit het water. Sommige jonge beesten waren te zwak, en stierven. Dat was de zwarte dag, op 23 juni 2009. De mensen hadden na een jaar inmiddels al van het hele eiland een stad gebouwd en verkochten de gevangen dieren. De mensen waren gelukkig, maar de dieren natuurlijk niet. Die zaten opgesloten in hokken of waren vermoord. De mensen daar zeggen de naam Lakaloera niet meer, maar Makamoera. Een vreselijke stad, dat trouwens ook nog een oorlog ging voeren met een andere stad op een eiland. Dat andere eiland heet het Pootjesland en de stad heet Milieu, vanwegen dat de stad heel zuinig is op het milieu en omdat het niet veel natuur in beslag neemt. Daardoor maakten Makamoera en Milieu ruzie. Makamoera vind het onzin dat de natuur belangrijk is, en Milieu vind dat weer onzin. De organisatie Vrede voor Mens en Dier (V.M.D.) probeerd de oorlog te stoppen. Maar of dat gaat lukken...

Geschreven door Simon Key.
Inleiding

KLIK HIER voor het hele verhaal.

In de koelkast

'Wanneer gaat het nou sneeuwen?' vraagt Arthur.
'In de winter. Duh!' antwoord Minus.
'Wanneer word het winter?' vraagt Arthur.
'Op 21 december, Arthur!' antwoord Minus.
'Wanneer word het 21 december?' vraagt Arthur.
'Jij vraagt veel zeg! Nou oké. Het is vandaag 16 december. Over hoeveel dagen word het winter?' zegt Minus.
'Hmm… 16 + 4 = 20, en nog een dag erbij is 21 december. En 1 + 4 = 5! Vijf dagen!' zegt Arthur.
'Goed zo, Arthur! In welke groep zit je ook alweer?' vraagt Minus.
'Groep 2, want ik ben twee jaar oud. Duh!' antwoord Arthur.
  Minus trekt een gezicht:
'Ik hoop maar dat het in de winter gaat sneeuwen!' zegt Arthur.

'Ik heb een idee!' roept Minus.
  Arthur en Minus lopen naar de keuken.
'Is dit wel zo'n goed plan, Minus? Straks betrapt Annika ons!' zegt Arthur.
'Arthur, ik heb alles onder controle. Dit word echt leuk!' zegt Minus.
  Minus pakt een kruk. Hij gaat er op staan en doet de deur van de koelkast open.
'Kom, klim erin!' zegt Minus
  Arthur springt de kruk op, en met een grote sprong springt hij de koelkast in.
'BRRRRR! Wat koud!' roept Arthur.
'Hier, oorwarmers. Wil je ook nog een sjaal?' vraagt Minus.
'Nee, hoor. Ik ben een lynx, ik kan best tegen de kou,' antwoord Arthur.
  Samen spelen Arthur en Minus in de koelkast spelletjes en gaan vooral sneeuwballen naar elkaar gooien.
Maar ze zijn wel betrapt door Annika, hoor…

Verdwalen in het Spookbos

De hele Knufclub en Knuffelbende gaan een weekendje in een huisje in een bos logeren. De knuffels verheugen zich er op. Maar tijdens de wandeling door het bos raken ze verdwaald. Alle spanning stroomt door hun zenuwen en het is er geen pretje… Zullen ze de weg ooit nog terug vinden in het Spookbos?

Geschreven door Sammy & Simon Key.
WNF Rangeractie

Arthur zit op de tafel de TamTam te lezen. Hij leest vrolijk de tekst over het actie voeren voor de panda. Want hij gaat binnenkort geld inzamelen voor de pandabeer met Yaniek, Saartje, Alex en Minus. Maar hij let niet op de tekst dat de actie pas volgende maand begint.
‘Yaniek! We gaan gauw geld inzamelen voor de panda!’ roept Arthur door de kamer.
‘Maar dan moeten we wel het actie pakket ontvangen,’ zegt Yaniek.
‘O, maar dat is een makkie!’
Arthur gaat wiebelend rechtop staan als een mens en doet zijn poten in de lucht.
‘Wat ben je aan het doen Arthur?’
‘Ik hoef alleen maar af te wachten en dan ontvang ik het!’
‘Huh?’ Yaniek begrijpt niet wat Arthur bedoelt.
‘Iemand gooit het actie pakket naar me en dan vang ik het niet op!  Zo ontvang ik hem. Dat is het tegenovergestelde van vangen, maar dan ont, dus niet! Dat is ontvangen. Wist jij dat nog niet ofzo?’
Yaniek schudt haar hoofd.
‘Nee Arthur, ontvangen betekend dat je iets krijgt. Het actie pakket ontvang je bij de TamTam.’
Teleurgesteld ploft Arthur weer met zijn billen op tafel.
‘Jammer, ik was er net klaar voor om het actie pakket te ontvangen,’ zegt Arthur.
‘Maar ik weet niet wanneer we ‘m krijgen. Hij hoort opgestuurd te zijn.’
Yaniek pakt de TamTam.
‘Nee Yaniek, van Annika mocht ik hem lezen, niet jij!’
‘Geef hier, Arthur! Ik moet even lezen wanneer we het pakketje krijgen!’
Met een ruk krijgt Yaniek het tijdschrift in handen.
‘YANIEK!!!!!’ brult Arthur.
‘Doe niet zo kinderachtig, Arthur! Ik pak alleen maar even de TamTam. Straks mag je hem weer.’
Snikkend laat Arthur het toe.
‘O, ze gaan het pas volgende maand opsturen!’ zegt Yaniek verbaasd. ‘Nou ja, als we de TamTam weer ontvangen gaat dit verhaaltje verder!’
‘DOEI!!!!!!’
‘Stil Arthur! Je mag nu de TamTam.’
‘Jeeeeeeh!’

Anne & Stampertje

Anne en Stampertje zijn heel goede vriendinnen. Allebei zijn ze dommig, daardoor ook weer grappig. Wil je weten hoe de vriendschap is begonnen? Lees dan dit verhaaltje!

'Ring ring!' deed de telefoon van Anne.
"Huh? Wie is daar?!" riep ze geschrokken. "O, het is mijn pratende blikje maar! H-Hallo, je, ik bedoel u sprrreeekt met Anne Mouse!"
"Hallo, met Stappertje van de Booghaartss," sliste Stampertje.
"H-hallo," zei Anne.
"Hoi!!" schreeuwde Stampertje door de telefoon. "Zullen we vriendinnen worden?"
"Jaaah!!" zei Anne enthousiast. Ze was plotseling niet verlegen meer voor Stampertje. "Wat is jou lievelingseten?"
"Worteltjes en poep!"
"W-wat?!" Anne moest braken tegen de telefoon. Door de geluidsgaatjes van de telefoon spoelde het braaksel naar Stampertjes telefoon. Ze ontving Anne's kots en zei: "Lekker!"
"Gatver!" Anne trok een vies gezicht en zat klaar om nog een keer over te geven. "Laat maar zitten, ik wil het over iets anders hebben. Wat is jou lievelingsdier?"
"Konijnen en hazen."
"Bijzonder! Meestal is de lievelingsdier van een hamstertje zo als jij natuurlijk een hamster." Anne dacht dat Stampertje een hamster was en dat zijzelf een behaarde molrat was. 'De mijne is een muis. Dat is ook bijzonder omdat ik een molrat ben! Maar, eh… toen ik uit mijn ei kwam deed ik mijn ogen open en prikte ze aan een doornstruik, want dat moeten alle molratten doen naar hun geboorte; zo word je blind en dat is de bedoeling. Maar ik was niet de bedoeling dus ik ging dood."
"Leefde je toen nog?" vroeg Stampertje.
"Helaas niet, maar nu wel. Maar, eh… in welke gevangenis woon jij?" Anne dacht dat een kooi een gevangenis was. Maar Stampertje zit niet eens in een kooi!
"2010. Kom je een keertje op bezoek bij mij?"
"Nee! De gevangenis is ENG!"
"Nou ja. Zal ik mijn levensverhaal vertellen?"
"Jooaah!!"
"Er kwam eens een baby bij de dierenwinkel. De baby vroeg aan zijn moeder of hij mij mocht hebben. De moeder zei ja. Thuis ging de baby op mij zitten en toen was ik plat. Einde!"
"Prachtig!"
Er verscheen ineens een berichtje op het schermpje van de telefoon van Anne en ze schrok. 'O, het is mijn pratende blikje maar die mij hiërogliefen stuurt van iemand anders!" Anne was op het punt op het berichtje te klikken toen er plotseling een zware stem uit de telefoon kwam: "Uw beltegoed is op, uw beltegoed is op!"
"O nee, mijn beltegoed is voor altijd op! Nu kan ik nooit meer Stappertje bellen!" Annika hoorde Anne piepen van verdriet en pakte de telefoon van haar af. Ze kocht meer beltegoed en gaf de telefoon weer terug aan Anne.
"Wat een wonder, je hebt hem gemaakt!" Anne keek van wie ze een berichtje had:

Beste Anne,

Jij bent nieuw bij de Knufclub.
Zullen we vrienden worden?
Zo wel, schrijf dan een berichtje terug.

Van Snuffeltje

Anne ging Stampertje weer bellen.
"Wat was er gebeurt?" vroeg Stampertje.
"Een of andere Snuffeltje heeft mij hiërogliefen gestuurd."
"O, dat is vast mijn man."
"Da's niet toevallig, hoor als je dat denkt. Ik zat met duizenden andere Snuffeltjes in mijn ei! Maar, eh… ik ga ophangen. Jou man wil vast zo snel mogelijk hiërogliefen van mij hebben." Na de laatste zin hing Anne op. Ze tikte op het icoontje waarmee je een bericht kan sturen en stuurde een berichtje terug:

  Beste Snuffeltje,

Ik wil graag vrienden worden met jou!
Maar eh… hoe gaat het met jou in de gevangenis 2010?

Van Anne

Anne wachtte af.
Het duurde best lang dus ging ze naar het park met haar telefoon. Daar zag ze een konijn; ze dacht dat het een ander was maar eigenlijk was het Stampertje. En Stampertje wist niet dat het muisje die aan kwam lopen Anne was.
"Hoi!" riep Stampertje.
"H-hoi…" zei Anne verlegen. "I-ik ben A-Anne Mouse…"
"Hé, da's toevallig!' sliste Stampertje. 'Ik belde daarnet een molrat die Anne Mouse heet! Ik het trouwens Stappertje van den Booghaartss."
"O, ik belde daarnet met een hamster en die heet Stappertje van den Booghaartss! Maar eh… da's niet toevallig, hoor als je dat denkt. Ik zat met duizenden andere Stappertjes in mijn ei!"
Plotseling verscheen er een berichtje op het venster:

 Beste Anne,

Leuk dat je vrienden wilt worden.
Maar ik woon trouwens niet in de gevangenis maar in een huis.
Kom je een keer op bezoek? Geef niet meteen antwoord, ik ga een uur op de wc zitten!

Van Snuffeltje

Anne was verbaasd dat Snuffeltje niet in de gevangenis (een kooi) zat. Maar ja, dacht Anne, daar ga ik het niet over hebben.
"Stappertje, ik ga nu weer naar huis. Doei!" Anne rende terug naar huis. Toen ze binnen was ging ze Stampertje weer bellen.
"Met Stappertje van de Booghaartss," sliste Stampertje.
"Met Anne Mouse!" zei Anne vrolijk. "Jou man Snuffeltje heeft hiërogliefen gestuurd dat hij een uur op de wc zit. Als je hem dus zoekt zit hij daar. Maar eh… de wc is toch die plek waar je je troep uitscheid?"
"Ja. Was ik maar de wc!"
Anne moest weer braken en Stampertje at het op.
"Maar eh… zullen we ergens afspreken? Ik weet een goede geheime plek waar NIEMAND anders naartoe gaat! Want ik ben daarnet in het park een Stappertje tegen gekomen en zij zij dat zij had gebeld met een Anne!"
"Jaaaaaaaaaaa!!!" schreeuwde Stampertje door de telefoon en Anne werd aan haar linkeroor doof. "En trouwens, ik ben in het park ook een Anne tegengekomen die zij dat zij een Stappertje had gebeld! Maar daar gaan we het alsjeblieft niet over hebben want anders ontploffen mijn hersenen die zo GROOT is als een zandkorrel! Da's heel erg groot, weet je."
"We spreken af bij de Maansteen, in het plaatsje Kakkaburg, in het land Lalaloepsie. Goed?"
"Afgesproken!"
"Oké, dan gaan we er nu heen! Ik zie je zo!"
"Doei! Tot straks!"
Anne hing op. Ze deed haar telefoontje in een tasje, hing het over haar schouder en ze liep naar buiten.
Een hele tijd later kwam Anne bij de Maansteen aan. Daar zag ze een konijn: Stampertje.
"Hè, hoe kom jij hier?!" riep Anne.
"Ik had afgesproken met Anne aan het pratende blikje! En hoe kom jij hier?!"
"Ik had afgesproken met Stappertje aan het pratende blikje!" Toen begreep Anne het helemaal niet meer. "Ik had met Stappertje van den Booghaart hier afgesproken! En zij is een eekhoorn, ik bedoel een hamster!"
"En ik had met Anne Mouse hier afgesproken! En zij is een olifant, nee een dolfijn, ik bedoel een aap, nee ik bedoel een molrat!"
En toen schoot het bij Anne te binnen alsof ze slimmer was dan ooit: 'Wacht eens even, jij bent Stappertje die ik aan mijn pratende blikje had! En ik ben Anne die jij aan je pratende blikje had!"
"O, dat is het dus! Het is allemaal zo ingewikkeld en jij hebt het opgelost! Je bent een echte brijnbreker!"
"Ja, dat kun je wel zeggen, mijn brein is bijna uit elkaar geknapt!"

En zo is de vriendschap tussen Anne en Stampertje begonnen. Allebei even dom en allebei even grappig.