De eerste groep van de traditionele kruisvliegers lijkt op de vorm van een peer en wordt daarom ook wel perekopvliegers genoemd. De eerste is in 1618 in Middelburg gemaakt. Sindsdien is de vlieger niet meer weg te denken en is op diverse afbeeldingen uit West-Europese landen te zien, met name als kinderspeelgoed.
In 1749 wordt een vlieger voor het eerst door volwassenen gebruikt voor weersvoorspellingen. Kort daarna toont Benjamin Franklion met zijn gestroomlijnde vlieger aan, dat onweer een electrisch verschijnsel is. In de 19de eeuw zijn allerlei voorbeelden bekend van vliegers die koetsen of boten moesten voortrekken en er is zelf een plan geweest om met vliegers drenkelingen te redden. Rond 1900 komt iemand er achter dat een vlieger genoeg trekkracht heeft om een mens de lucht in te hijsen, waarmee het `man-lifting` was ingevoerd.
Net als bij de eerste vliegers in China werden vliegers toen voor militaire doeleinden ingezet. Zo maakten de Amerikaanse cowboy, Buffalo Bill Ialike en Samuel Cody voor de Engelse Navy grote vliegers, die vanaf boten werden opgelaten. Deze modellen zijn to in de 2de wereld oorlog gebruikt, om boven Londen als afschrikking voor de Duitse vliegtuigen te dienen. |