binkybol
Wil jij ook een Website? Word dan lid van de Kinderlines Club!
5. VRIJENDE SPINNEN.

Paren met voelsprietjes.

Vrouwtjesspinnen leggen eitjes. Voordat die er zijn moet het vrouwtje eerst bevrucht zijn. Dit gebeurd tijdens de paring.
Een mannetje gebruikt daarvoor zijn palpen, de twee voelsprietjes bij zijn mond. Die zijn bij het mannetje een beetje verdikt aan de bovenkant.
Daar kun je een mannetjesspin gemakkelijk aan herkennen.
Een mannetjes spin is ook kleiner dan een vrouwtjesspin.

Als een mannetje een vrouwtje ziet dan maakt hij een klein driehoekig webje. Uit zijn achterlijf komt dan een druppetje sperma.
Dat zijn miljoenen zwemmende zaadcellen.
Hij legt het druppeltje op het webje en zuigt het op met zijn palpen.
Daarna gaat hij gewapend met volle palpen naar het vrouwtje en paart met haar. Hij steekt een van zijn palpen in het gaatje van de buik van het vrouwtje. Als hij klaar is leegt hij de andere palp ook in haar buik.

SPINNEN werkstuk.slot.
Oppassen geblazen.

Voor de mannetjes van sommige spinnensoorten is de paring een gevaarlijke klus. De vrouwtje kunnen namelijk niet zo goed zien. Soms ziet ze een mannetje aan voor een prooi en eet hem op.
Bepaalde soorten kennen een truc. Ze bieden een geschenk aan, meestal een dode vlieg. Ondertussen als het vrouwtje eet, paart het mannetje met haar.

Het mannetje van de rietspin heeft twee hele grote kaken met haken. Daarmee pakt hij de kaken van het vrouwtje vast. Het vrouwtje kan geen kant meer op. Ondertussen paart het mannetje met het vrouwtje.

Bij de meeste soorten verloopt de paring zonder problemen. Na de paring gaat het vrouwtje en het mannetje weer uit elkaar. Na de paring leven de mannetjes niet lang meer. Hun taak zit erop.

De vrouwtje kunnen het sperma heel lang in hun achterlijf hebben zitten. Ze gebruiken het pas, als de eieren afzetten.
Onvolwassen vrouwtjes kunnen nog geen eieren afzetten. Ze bewaren het sperma totdat ze volwassen zijn.

Sommige vrouwtje eten na de paring het mannetje op. om de jonge spinnen genoeg voedsel mee te kunnen geven.
6. Eieren en cocons.

Alle spinnen leggen eieren, behalve de mannetjesspinnen.
Wolfspinnen maken van hun eieren een kogelrond hoopje en dragen dat op hun achterlijf met zich mee op haar rug. Als de eieren uitkomen, reizen de jongen een tijdje met haar mee op haar rug.
Grote wolfspinnen dragen het eierhoopje mee tussen hun kaken.

De grootste spin van Nederland is de Pisaura. De spin maakt een zelfgeweven tentje als cocon. Daarin stopt ze de eieren en bewaakt die tot ze uitkomen.

Veel spinnen maken van spindraad een spinsel rond de eieren. Dat noemen we een eicocon.
In heidegebieden is zelfs een spin die haar eicocon verstopt in een grashalm. Als de spin klaar is legt ze de eieren erin. Daarna sleept ze korreltjes zand naar boven en beplakt ze het hele cocon ermee.
Zo is de cocon goed gecamoufleerd.

De kogelspin maakt haar cocon meestal aan de onderkant van een blad vast. De cocon lijkt net een feestmuts.
Het vrouwtje bewaakt haar cocon. Als de spinnetjes uitkomen maakt ze er gelijk een gat in. De kleine spinnetjes kunnen dan de wijde wereld in.
Sommige spinnenmoeders blijven hun jongen soms nog een tijdje beschermen tegen vijanden.
  
Bladeren
7. WIELWEBBEN.

Prima bouwmateriaal.

Veel spinnen maken een web. In allerlei vormen en maten. De meeste mensen kennen alleen wielwebben. Deze zie je veel in de herfst.
Ze heten zo, omdat ze de vorm hebben van een wiel.
De draden die naar binnen lopen heten spaken.
Een wielweb is een handig instrument. Een spin kan er voedsel mee vangen.
Er is weinig bouwmateriaal nodig, omdat ze het zelf maken.

De bouw van een web.
Hoe maakt een spin een wielweb?
Eerst laat ze een draad wapperen door de lucht. Die draad wordt steeds langer. Als de draad ergens aan kleeft, bv een tak, dan trek de spin hem strak.
Dan loopt ze over de draad en gaat in het midden zitten en bijt de draad door. Daarna zakt ze aan een reservedraad naar beneden. Zo ontstaat een Y- vorm. Vanuit deze drie draden maakt de spin de buitenste draden, de raamdraden.

Vervolgens maakt ze een aantal draden, die heten spaakdraden.
Sommige soorten maken er 15, andere wel meer dan 60.
Als de spaakdraden klaar zijn, gaat de spin naar het midden.
Vanuit dat punt loopt ze in een spiraalbeweging rond.
Onderussen spant ze een andere draad, hulpspiraal.
Als ze aan de buitenkant van het web is, begint ze weer opnieuw. Steeds met dezelfde spiraalbeweging. Alleen ze maakt nu kleefdraden.

Kleefdraden zijn draden waar een kleverige vloeistof in zit. Het lijkt een beetje op lijm, maar dat is het niet.

WACHTEN OP EEN PROOI.

Als een spin klaar is gaat ze ergens in het web zitten.
Soms verschuilen ze zich onder een blad aan de rand van het web. Daar leggen ze dan een poot op een draad van hun web.
Zo kunnen ze voelen of er een insect op hun web terecht komt. Ze voelen het nog beter als de insect begint te spartelen. Als dat gebeurt slaan de spinnen meteen toe.
Ze spuiten met hun spintepels een massa spinsel rond het insekt heen. Daarna verlammen de spinnen hun prooi. Als ze geen honger hebben bewaren ze hun prooi nog in hun web.
De prooi blijft langer goed als hij nog leeft.
8. BIJZONDERE SPINNEN.

Er zijn spinnensoorten in ons land, die je heel gemakkelijk kan vinden, zoals een waterspin, kruisspin, trilspin en de hooiwagen.
De waterspin is de enige spin, die onderwater leeft. Je vindt hem in sloten. Ze spint daar een soort web. Als ze lucht onder het web brengt, ontstaat er een luchtbel. Als de luchtbel groot genoeg is gaat ze erin zitten.

De kruisspin is misschien wel de bekenste spin. Vooral in de herfst vind je overal webben ervan. De vrouwtjes kunnen behoorlijk groot worden.

De strekspin leeft vooral aan de waterkanten. Ze komen ontzettend vaak voor. Om niet op te vallen zit ze met de poten gestrekt op een rietstengel.

De hooiwagen is een oerspin, die bestaat maar uit een deel. De hooiwagen heeft twee ogen, geen gifklauwen en geen spintepels.

De trilspin lijkt een beetje op een hooiwagen. Alleen bestaat zijn lijf uit twee delen. Ook heeft hij wel gifklauwen en spintepels. Ze komen vaak voor in huis, bijvoorbeeld onder de verwarming.
9. DE ROL IN DE NATUUR.

Elk dier speelt een rol in de natuur, dus ook spinnen. Spinnen ruimen insekten op. Er zijn ontzettend veel spinnen in Nederland. Die spinnen eten samen meer insekten op, dan het gewicht van alle Nederlanders bij elkaar.
Veel insekten richten schade aan. Ze eten van alles op, bijv. de oogst, vernielen hout, tasten fruit of groenten aan.

Een spinnendeskundige heeft eens gezegd, dat zonder spinnen de mensen niet zouden kunnen leven.
Spinnen hebben ook veel vijanden; o.a. vogels, andere spinnen en de mens.




TIP:MOOIE PLAATJES VAN DE SPIN STAAN OP:
www.gardensafari.net
 DIEREN INFO WEBSITE