2. KIJKEN NAAR STERREN.
Wetenschappers bestuderen al eeuwen de ruimte om ons heen.
De wetenschap, die de sterren, planeten en al het andere in het heelal bestudeert, heet astronomie of sterrenkunde.
Sterrenkunde bestaat al 5000 jaar. Tegenwoordig weten de mensen meer over de ruimte dan vroeger. Dat komt omdat we nu gebruik maken van telescopen. Een telescoop is een soort verrekijker met maar een lens.
Telescopen zijn ongeveer 400 jaar geleden uitgevonden. Voor die tijd keken de mensen met het blote oog naar de sterrenhemel.
Vroeger zagen mensen dingen, die ze zagen als dingen van de goden. Men dacht dat de vormen van groepjes sterren of sterrenbeelden de goden voorstelden.
Ieder volk gaf andere namen aan de sterren. Sterrenbeelden, die wij kennen de Waterman, Vissen, Ram, Tweelingen, Kreeft, Leeuw, Maagd, Weegschaal, Schorpioen, Boogschutter en Steenbok.
De namen komen voornamelijk van de Grieken. De Grieken kenden wel 88 sterrenbeelden. Bij elk sterrenbeeld hadden ze een ander verhaal. De nachtelijke sterrenhemel was dus eigenlijk een groot verhalenboek.
De sterrenbeelden van de oude Grieken worden nog steeds gebruikt in de astronomie en in horoscopen. Er zijn nog veel meer sterrenbeelden, zoals de Grote Beer, Zwaan, Zuiderkruis, Grote hond en Arend.
De sterren in een sterrenbeeld hebben allemaal een vaste plaats ten opzichte van elkaar. |