binkybol
Wil jij ook een Website? Word dan lid van de Kinderlines Club!
3. ONTDEKKERS VAN HET HEELAL.

De aarde als middelpunt.
In de tweede eeuw na Christus(100-200 ), dacht een Griekse sterrenkundige Ptolomaes, dat de aarde het middelpunt vormde van het heelal.
Ook geloofde ze dat de aarde een bol was.

Om de aarde heen bevonden zich de maan, de zon en de sterren en de vijf planeten, die toen bekend waren, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus.
Griekse geleerden probeerde uit te rekenen hoe ver de afstand tot de zon was.
Het duurde meer dan duizend jaar voordat er meer en meer bekend werd over het heelal.

In het begin van de zestiende eeuw bestuurde de poolse priester Copernicus de sterrenhemel.
De kennis van de oude Grieken waren de mensen in zijn tijd vergeten.
Veel mensen dachten dat de aarde plat was.
Copernicus en andere geleerden dachten van niet.
Zij dachten dat de aarde bol was. De ontdekking dat de aarde bol was, was erg belangrijk. De aarde was dus ook een planeet.


Copernicus dacht dat de zon het middelpunt van het heelal was en de aarde en de andere planeten rond de zon heen draaiden.
Hij kon het alleen niet bewijzen.


De meeste mensen geloofden wat de katholieke kerk zei.
Die zei namelijk dat de aarde door god was geschapen en de aarde moest volgens hen wel het middelpunt van het heelal zijn.
Als je daar ander over dacht kon je zelfs de doodstraf krijgen.
ALLES DRAAIT.

In 1608 werd de telescoop uitgevonden door Johannes Lippershey uit Middelburg.


De Italiaan Galilei maakt in 1609 een eigen telescoop.
Hij begon hiermee de hemel te bestuderen.
Hij zag met de telescoop dingen, die hij met het blote oog nooit had kunnen zien.
Zo ontdekte hij dat er rond de planeet Jupiter kleine manen draaiden.
Dat was voor Galilei het bewijs dat niet alleen de aarde het middelpunt van een beweging was: manen draaien rond Jupiter, de maan draait rond de zon, de aarde draait rond de zon.

Daarmee leverde hij het bewijs dat de aarde niet het middelpunt van het heelal was, maar de zon.
vervolg werkstuk HET HEELAL
  
Bladeren
 HET HEELAL- INFO
ZWAARTEKRACHT.

De Engelsman Isaac Newton ontdekte de zwaartekracht in 1643-1727.
Door de zwaartekracht rond de aarde vallen alle voorwerpen naar de aarde. Newton ontdekte dat sterren en planeten ook zwaartekracht hebben. Hierdoor trekken ze elkaar aan.

Hoe groter de planeten zijn, hoe meer aantrekkingskracht ze hebben. De maan trekt aan de aarde en de aarde aan de maan. De zon trekt aan de aarde en de maan samen.

Newton bewees dat de planeten en de rest van het heelal nooit stilstond. `Alles in de ruimte beweegt`, zei hij.
ALLES BEWEEGT VAN ONS AF.

Een sterrenstelsel is een groep sterren die bij elkaar horen.
Elke ster behoort dus bij een sterrenstelsel.
De Amerikaanse Edwin Hubble, die astronoom was, ontdekte begin 1900 dat alle sterrenstelsels zich van elkaar af bewegen.


Je moet daarvoor het heelal voorstellen als een ballon, waarop stippen getekend zijn. Als je die ballon opblaast zie je de stippen van elkaar gaan.
Zo is het heelal eigenlijk ook. Dit betekent dat het heelal vroeger kleiner was. Het heelal wordt alleen maar groter en groter. Dit noemt men het uitdijen van het heelal.