KLEURPOTLODEN.
Je hebt twee soorten kleurpotloden:
Het gewone kleurpotlood.
Het aquarelpotlood.
Een kleurpotlood bestaat uit natuurlijke kleurstoffen, bindmiddelen en porselijnaarde. Dit levert na verwerking dunne zachte stiften op, die in een hout omhulsel zitten. Hoe fijner de kleurstof wordt gemalen, hoe mooier de kleuren zijn.
Kleurpotloden zijn halfdoorzichtig. Deze eigenschap heeft tot gevolg dat er een overvloed aan verwerkingsmogelijkheden bestaan.
Met gewone kleurpotloden kun je het beste op tekenpapier met een middelfijne (medium-grain) oppervlaktestructuur werken. Een dergelijk oppervlak slijpt als het ware het pigment af.
Technieken.
Het aantrekkelijke van het werken met kleurpotlood is de kleurmengingen, dat je laag over laag kunt werken en het laten doorschijnen van onderliggende lagen. Het maakt niet uit of de kleurmengingen uit lijnen of zacht uitgewreven lagen bestaan.
Het versterken van de kleur kan door vervagen, door arceringen en door kruisarceringen. Het mooiste is als je gebruik maak van verschillende kleuren in een vlak. De sterkte van de opgebrachte kleur is afhankelijk van de druk die op het potlood wordt uitgeoefend en van de dichtheid van de kleurlagen.
Afwerking
Je kunt je tekeningen het beste fixeren, door er 2 of 3 hele dunne lagen fixeer op te spuiten. Hiermee voorkom je dat een tekening blijft afgeven.
De tekeningen moet je nooit opgerold bewaren, maar plat.