|
1. INLEIDING.
Als je wilt gaan tekenen of schilderen heb je materialen nodig.Er zijn heel veel verschillende materialen. Deze materialen kun je weer op verschillende manieren gebruiken. Bijvoorbeeld met grote kwasten werk je grof en met kleine kwasten werk je fijn.Grof papier geeft een ruwe structuur en glad papier fijne structuur.Inkt kan je verwerken met een penseel, maar ook met een pen.Hard potlood werkt anders dan zacht potlood. Met houtskool kan je vegen en wrijven, met een viltstift niet.In het begin moet je dus kiezen welk materiaal je wilt nemen. Er is ontzettend veel te krijgen. Tip: Schaf niet alles meteen aan.Je begint eerst met goedkopere materialen of je kijkt of je het van iemand mag uit proberen. Wanneer een bepaald materiaal je bevalt kan je een betere kwaliteit nemen. Deze zijn vaak wel heel erg duur, maar je kunt er wel fijner en beter mee werken.
2. Binnen of buiten tekenen en schilderen. Binnen kun je een schildersezel, tekentafel of tekenblad gebruiken om te tekenen of te schilderen. Ga je aquarelleren, dan heb je nodig: penselen, twee potten met schoon water, een doek, palet, aquarelverf, potlood en gum, mesje en een opgespannen vel aquarelpapier op een watervast triplex of een aquarelblok. Het is verstandiger een veel groter board mee te nemen. Dan hou je ruimte over voor je palet en je bakje water.
|
|
Hallo allemaal. Op deze en volgende pagina's staat het werkstuk over teken- en schildermaterialen dat ik destijds in groep 8 heb gemaakt. Ik hoop dat ik vele van jullie tegemoet gekomen ben om het in de originele vorm op mijn site te zetten. Veel plezier en succes met je werkstuk, Niels |
|
Inhoud: Inleiding. |
|
GRAFIET. Met zachte potloden en stiften kun je op verschillende manieren lijnen zetten. Voor vlakvulling zijn ze niet geschikt. Grote vlakken vul je altijd in met verschillende structuren en arceringen. Dus weer met lijnen. Door het potlood op verschillende manieren vast te houden, kunnen lijnen op diverse manieren worden aangezet. Bij een fijne arcering houdt men het potlood wat hoger vast. Bij een ronddraaiende beweging wordt het potlood iets schuin ten opzichte van het papier gehouden. Arceer altijd in verschillende richtingen. Arceer met korte, maar ook met lange lijnen. |
| GRAFIETTEKENMATERIALEN. In de loop der tijd zijn er veel verschillende soorten grafiet-tekenmaterialen bijgekomen. Het bekende potlood. Timmermanspotlood: Dit is een plat schetspotlood. Het is verkrijgbaar in verschillende hardheden. Het heeft een dikke platte grafietstift, waardoor het mogelijk is om zowel dunne als met brede lijnen te tekenen. Je kunt met een streek een gesloten vlak zetten. Dikke grafietstiften, al dan niet voorzien van een beschermde laklaag. Grafiet-carré’s of Grafietblokken. Grafiet-aquarelpotlood. Dit potlood heeft een stift dat oplosbaar is in water. Hiermee kan je gewassen grafiettekeningen mee maken. De stift van dit potlood bevat geen klei, maar is meestal gemaakt op basis van een cellulose- ether. CONTÉ. Technieken. Afwerken en bewaren. |
|
3.Tekenmaterialen. Je hebt heel veel verschillende teken- en schildermaterialen. |
|
HOUTSKOOL. Houtskool is een natuurproduct. Het bestaat uit staafjes verkoold hout. Je kunt het krijgen in verschillende hardheden.De kwaliteit moet goed zijn. Het mag niet krassen of verpulveren tijdens het werken. Houtskool bestaat in verschillende vormen. · Staafjes , die je met je vingers of met een houder vasthoudt. Er zijn verschillende hardheden en verschillende diktes. Wanneer je werkt met houtskool kun je het beste een korrelige papiersoort gebruiken. · Houtskoolpotlood bestaat uit zeer fijn verpulverde houtskool. · Siberisch krijt is zwart en heeft dezelfde eigenschappen als houtskool. Het is alleen fijner van structuur. Houtskool wordt veel gebruikt als oefen- en schetsmateriaal. Het is een materiaal waarmee je groot en fors werkt. Je tekenpapier hoeft niet heel duur te zijn bijv. courantenpapier. Technieken. Het is een heel moeilijk materiaal. Het veegt snel weg. Dus je mag niet je hand op je werk laten rusten. Wanneer je lang op een plaats werkt, neemt hij geen houtskool meer op. Je moet dan eerst fixeren voor je weer verder kunt. Door hard of zacht te duwen krijg je verschillende effecten. Met een kneedgum kun je houtskool verwijderen. Niet te veel gummen, anders krijg je rare vlekken. En gummen lukt alleen voor als de tekening nog niet gefixeerd is. Afwerking en bewaren. Altijd goed fixeren, anders houd je geen tekening over. Het beste kun je de tekeningen plat bewaren. Het liefst met vellen blanco courantenpapier ertussen. |
|
Zie vervolg werkstuk. |

