atelier72
Wil jij ook een Website? Word dan lid van de Kinderlines Club!

1. INLEIDING.

Als je wilt gaan tekenen of schilderen heb je materialen nodig.Er zijn heel veel verschillende materialen. Deze materialen kun je weer op verschillende manieren gebruiken. Bijvoorbeeld met grote kwasten werk je grof en met kleine kwasten werk je fijn.Grof papier geeft een ruwe structuur en glad papier fijne structuur.Inkt kan je verwerken met een penseel, maar ook met een pen.Hard potlood werkt anders dan zacht potlood. Met houtskool kan je vegen en wrijven, met een viltstift niet.In het begin moet je dus kiezen welk materiaal je wilt nemen. Er is ontzettend veel te krijgen. Tip: Schaf niet alles meteen aan.Je begint eerst met goedkopere materialen of je kijkt of je het van iemand mag uit proberen. Wanneer een bepaald materiaal je bevalt kan je een betere kwaliteit nemen. Deze zijn vaak wel heel erg duur, maar je kunt er wel fijner en beter mee werken. 


 

2. Binnen of buiten tekenen en schilderen.
Je zal waarschijnlijk alleen maar binnen tekenen of schilderen, maar buiten kan ook.

Binnen kun je een schildersezel, tekentafel of tekenblad gebruiken om te tekenen of te schilderen.
Een tekenblad kan je kopen,  maar je kunt er ook een zelf maken. Je koopt dan een stuk triplex van 70 x 55 cm,  zodat er een vel 65 x 50 cm op kan.
Wanneer je buiten wilt gaan tekenen of schilderen kun je een veldezel of een hardboard plaatje, een krukje of klapstoeltje  meenemen.
Zorg altijd dat je board groter is dan je papier. Je moet nooit kleiner werken dan 33 bij 25 cm.
Je tekenpapier zet je vast met tekenklemmen, driepuntpunaïses of crépeband.
Wanneer je buiten gaat tekenen heb je alleen potloden of krijtsoorten, gum of kneedgum, een scherp mesje en een stukje schuurpapier nodig. 

Ga je aquarelleren, dan heb je nodig: penselen, twee potten met schoon water, een doek, palet, aquarelverf, potlood en gum, mesje en een opgespannen vel aquarelpapier op een watervast triplex of een aquarelblok. Het is verstandiger een veel groter board mee te nemen. Dan hou je ruimte over voor je palet en je bakje water.
Als je buiten gaat tekenen of schilderen, gaat dan niet in de volle zon zitten. Je moet er wel rekening mee houden dat de zon niet op dezelfde plaats blijft staan. De lichtval wordt daardoor iedere keer anders.

Hallo allemaal.

Op deze en volgende pagina's staat het werkstuk over teken- en schildermaterialen dat ik destijds in groep 8 heb gemaakt. Ik hoop dat ik vele van jullie tegemoet gekomen ben om het in de originele vorm op mijn site te zetten.
Uitgebreidere informatie nodig, kijk dan verder op mijn site. De meeste plaatjes, die bij dit werkstuk staan, komen van de site van 
www.petervanginkel.nl. Die heeft een internetwinkel met teken- en schildermaterialen.

Veel plezier en succes met je werkstuk, Niels

ATELIER72 WERKSTUK TEKEN- EN SCHILDERMATERIALEN.
  
Bladeren

Inhoud:

Inleiding.
Binnen of buiten tekenen en schilderen.
(een gedeelte van tekenmaterialen staat op deze pagina)

Tekenmaterialen.
Tekenpapier.
Hulpmiddelen bij tekenen.
Schildermaterialen.
Hulpmiddelen bij schilderen.

  
Bladeren

GRAFIET.
Grafiet is het basis materiaal.
De grafietstiften in "gewone" potloden worden gemaakt van een pasta van grafiet, donkere klei en een bindmiddel.Van de pasta worden stiften getrokken, die na droging worden gebakken. Het is de klei die tijdens het bakken hard wordt en de stiften stevigheid geeft.Hoe meer klei de stiften bevatten, hoe langer de baktijd is.
De stiften worden dan ook harder en ook grijzer van toon.
Hoe minder klei de stiften bevatten, hoe korter de baktijd wordt.
De stiften worden zachter en zwarter van toon.Doordat er minder klei in zit zijn zachte grafietstiften erg bros.
Daarom is de zachte stift van een potlood altijd dikker dan van een hardere stift.
Je hebt dus allerlei hardheden. Het hardste potlood is 9 H en het zachtste potlood is 9B.
De H soorten worden meestal gebruikt bij het technische tekenen en de B-soorten bij het maken van creatieve werkstukken.

Technieken.

Met zachte potloden en stiften kun je op verschillende manieren lijnen zetten. Voor vlakvulling zijn ze niet geschikt. Grote vlakken vul je altijd in met verschillende structuren en arceringen. Dus weer met lijnen. Door het potlood op verschillende manieren vast te houden, kunnen lijnen op diverse manieren worden aangezet. Bij een fijne arcering houdt men het potlood wat hoger vast. Bij een ronddraaiende beweging wordt het potlood iets schuin ten opzichte van het papier gehouden. Arceer altijd in verschillende richtingen. Arceer met korte, maar ook met lange lijnen.

GRAFIETTEKENMATERIALEN.
In de loop der tijd zijn er veel verschillende soorten grafiet-tekenmaterialen bijgekomen.
Het bekende potlood.
Timmermanspotlood: Dit is een plat schetspotlood. Het is verkrijgbaar in verschillende hardheden. Het heeft een dikke platte grafietstift, waardoor het mogelijk is om zowel dunne als met brede lijnen te tekenen. Je kunt met een streek een gesloten vlak zetten.
Dikke grafietstiften, al dan niet voorzien van een beschermde laklaag.
Grafiet-carré’s of Grafietblokken.
Grafiet-aquarelpotlood. Dit potlood heeft een stift dat oplosbaar is in water. Hiermee kan je gewassen grafiettekeningen mee maken. De stift van dit potlood bevat geen klei, maar is meestal gemaakt op basis van een cellulose- ether.

CONTÉ.
Conté heeft grafiet als hoofdbestanddeel. De bind en kleurstoffen zijn verschillend. Conté geeft korreliger en zwarter af dan grafiet.
Conté wordt op verschillende manieren verwerkt. Je kunt ze krijgen in verschillende hardheden en in verschillende samenstellingen, die elk hun eigen eigenschappen hebben.

Enkele voorbeelden van Conté à Paris contépotloden zijn:
Piere Noire is een potlood met een roetzwarte stift. De hardheid is H tot 3B.
Carbone potlood is een potlood wat zwart af geeft en wrijfvast is. Je hebt ze in de hardheden 2H tot 3B.
Wit conté potlood heeft als hoofdbestanddeel krijt. Is alleen verkrijgbaar in hardheid B.
Sanguine en sepiapotloden zijn gemengd met metaaloxyde. Deze potloden hebben daarom ook kleur gekregen. Sanguine een rood bruine kleur. Het sepiapotlood een diepbruine.
Contékrijt zijn vierkante staafjes. Je kunt ze krijgen in verschillende hardheden en in de kleuren wit, zwart, verschillende grijzen, sanguine en sepia.
Contéstiften moet je gebruiken in stifthouders. Contéstiften zijn er in verschillende hardheden in de kleuren zwart. Je heb ook contéstiften in de aardkleuren sepia, bistre, sanguine licht en donker. Er zijn dikkere en dunne stiften.

Technieken.
De contépotloden worden op dezelfde manier gebruikt als grafietpotloden. Je werkt met lijnen. Maar het verschil is dat je deze lijnen kunt bewerken, door er met je vingers of een doezelaar in te wrijven. Dit materiaal geeft heel veel af. Je moet dan ook een oude doek hebben, om je vingers af te vegen.

Afwerken en bewaren.
Fixeer je werk altijd en berg het liggend op tussen blanco courantenpapier.

3.Tekenmaterialen.

Je hebt heel veel verschillende teken- en schildermaterialen.
Tekenmaterialen zijn:
Grafiet.
Conté.
Houtskool.
Kleurpotlood.
Viltstift.
Zachte pastel.
Oliepastel.
Waskrijt.
Inkt.

HOUTSKOOL.

Houtskool is een natuurproduct. Het bestaat uit staafjes verkoold hout. Je kunt het krijgen in verschillende hardheden.De kwaliteit moet goed zijn. Het mag niet krassen of verpulveren tijdens het werken.

Houtskool bestaat in verschillende vormen.

· Staafjes , die je met je vingers of met een houder vasthoudt. Er zijn verschillende hardheden en verschillende diktes. Wanneer je werkt met houtskool kun je het beste een korrelige papiersoort gebruiken.

· Houtskoolpotlood bestaat uit zeer fijn verpulverde houtskool.

· Siberisch krijt is zwart en heeft dezelfde eigenschappen als houtskool. Het is alleen fijner van structuur.

Houtskool wordt veel gebruikt als oefen- en schetsmateriaal. Het is een materiaal waarmee je groot en fors werkt. Je tekenpapier hoeft niet heel duur te zijn bijv. courantenpapier.

Technieken.

Het is een heel moeilijk materiaal. Het veegt snel weg. Dus je mag niet je hand op je werk laten rusten. Wanneer je lang op een plaats werkt, neemt hij geen houtskool meer op. Je moet dan eerst fixeren voor je weer verder kunt. Door hard of zacht te duwen krijg je verschillende effecten. Met een kneedgum kun je houtskool verwijderen. Niet te veel gummen, anders krijg je rare vlekken. En gummen lukt alleen voor als de tekening nog niet gefixeerd is.

Afwerking en bewaren.

Altijd goed fixeren, anders houd je geen tekening over. Het beste kun je de tekeningen plat bewaren. Het liefst met vellen blanco courantenpapier ertussen.

Zie vervolg werkstuk.