Basistechnieken van aquarel.
Er zijn allerlei manieren om aquarelverf op papier te brengen en allerlei manieren om effecten te maken. Het allerbelangrijkste als je met aquarelleren begint is, dat je begint bij de basistechnieken. Zodat je leert en weet wat de verf op het papier doet. Welk penseel je persoonlijk het beste kan gebruiken.
Slechts enkele basistechnieken, maar wel belangrijke technieken, zal ik beschrijven.
Egale wassing:
Dit is een traditionele manier om verf op papier op te brengen. De verf moet verdund zijn met veel water, zodat het verfmengsel goed uitvloeit over het papier.
Oefening 1.
Dit is wat je het eerst gaat oefenen.
Ik zelf maakte rechthoekige vakken 10 cm bij 10 cm.
En proberen de vlakken egaal te krijgen. Dit doe je door een groot penseel in je waterig verfmengsel te dopen.
Vanuit de linkerbovenhoek ga je dan naar de rechterbovenhoek.
Aan het eind til je het penseel weer op en je zet de volgende streek.
Laat die overlopen in de onderkant van de baan die je net gezet hebt.
Zo ga je door totdat het vierkantje helemaal vol is.
Mocht het nodig zijn, dan kan je tussentijds het penseel opnieuw in je waterige verf dopen.
Oefen dit net zolang, totdat je een mooi egaal vlak hebt geschilderd.
Verlopende wassing.
Bij deze wassing wordt de kleur steeds lichter. Dit kan toegepast worden bij kleiner en grotere vlakken.
Oefening 2.
Je maakt weer vierkantjes en je gaat als volgt te werk.
Je hebt wat aquarelverf met water vermengd. Hiermee maak je de eerste streek van links naar rechts. Bij iedere streek voeg je iets meer water toe aan het verfmengsel.
De wassing wordt steeds lichter van kleuren lichter. Probeer een mooie overloop te krijgen, zonder strepen.
Verlopen kleurwassing.
Bij deze wassing verandert de kleur geleidelijk, omdat je telkens een andere kleur toevoegt aan het verfmengsel. Zorg er wel voor dat je verfmengsel waterig blijft.Deze techniek wordt vaak bij luchten gebruikt.
Oefening 3.
Je gaat op dezelfde manier te werk als bij de egale wassing. Alleen je voegt iedere keer andere kleuren toe, zodat je een heel mooie overloop krijgt naar een andere kleur, zonder strepen.
Dit is de basis voor het maken van een eenvoudige aquarel.
Daarnaast heb je nog veel meer andere technieken:
Nat in nat techniek.
Dit is het aanbrengen van natte verf in natte verf. Het is een moeilijke techniek, want je heb weinig controle over het eindresultaat. Wanneer je heel veel oefent, kun je beter schatten wat het resultaat is van een bepaalde handeling.
Nat op droog.
Bij deze techniek werk je met een nat penseel op een droge ondergrond. Dit kan een droge ondergrond zijn van het papier, maar ook van een droge laag verf.Je kunt bij deze werkwijze zowel losjes als zeer gedetailleerd werken.
Zorg wel altijd dat de ondergrond goed droog is.
Droog op droog.
Dit is met een bijna droog penseel werken. Je kunt met een minimum aan verf een brokkelige, rafelige streek maken. Zo kun je het effect geven van een ruw oppervlak.
Met een waaierpenseel kun je dan een vacht van een dier, gras suggereren.
Glaceren.
Dit is het schilderen van een transparante verflaag over een volledig droge vorige laag. Deze techniek vereist wel materiaalbeheersing.
Waar je vooral op moet letten is dit:
Wacht tot de onderliggende laag goed droog is.
Breng het glacis nooit te nat op.
Breng een glacis snel en vlot op, doe dit luchtig met een streek.
Zolang een glacis nat is, mag je er niet aankomen, ook niet om correcties te maken.
Je moet je wel beperken tot 2 of 3 transparante kleurlagen en houd er rekening mee dat je transparante of half dekkende pigmenten gebruikt. Dekkende pigmenten zijn ongeschikt voor glaceringen.